COACH LOGIN
peptopro review

PeptoPro ervaring en review

WEEKAANBIEDINGEN
BODY EN FITSHOP

PeptoPro is gehydroliseerde proteïne waarvan de lange aminozuur ketens al gedeeltelijk zijn verbroken door enzymen met snellere opname tot gevolg. Hiermee worden de aminozuren uit PeptoPro sneller opgenomen dan die uit hele proteïne zoals whey, maar ook sneller dan losse aminozuren

PeptoPro®

Als eerste recensie van een door Bodyenfitshop aangeboden supplement behandel ik PeptoPro® van DSM. Hiermee heb ik nu niet bepaald het makkelijkste product uitgekozen om een recensie over te schrijven.

De naam PeptoPro® is afgeleid van peptiden. Zeer korte ketens van aminozuren waarin proteïne door het proces van zogenaamde hydrolisatie zijn opgeknipt. In het geval van PeptoPro® is hiervoor proteïne in de vorm van caseïne gebruikt. Deze korte ketens zouden sneller opgenomen worden dan zowel losse aminozuren als de volledige, lange ketens van aminozuren waaruit proteïnen zijn opgebouwd. Deze snellere opname zou diverse voordelen hebben zoals meer spiergroei, hogere vetverbranding en sneller herstel na intensieve inspanning.

PeptoPro® bestaat dus uit gehydroliseerde caseïne. Het ene hydrolisaat is echter het andere niet. De moeilijkheidsgraad van het beoordelen van PeptoPro® bestaat dan ook uit het vinden van relevante onderzoeken die gebruik hebben gemaakt van vergelijkbare, gehydroliseerde caseïne. Onderzoeken naar PeptoPro® zelf zijn zeer beperkt. Hiernaast zijn er verschillen in de kwaliteit én conclusies van diverse onderzoeken wat een eenduidige conclusie moeilijk, zo niet onmogelijk maakt.

Tenslotte kan je je ook afvragen met wat je een product als PeptoPro® in een onderzoek zou moeten vergelijken. Met caseïne? Ja, dat is handig om te weten of de gehydroliseerde versie voordelen biedt ten opzichte van de niet-gehydroliseerde, “normale”, caseïne. Maar als het gaat om snelheid van opname dan zijn vergelijkingen met losse aminozuren, whey en gehydroliseerde whey, allen bekend en populair om de snelle opname, interessanter. In de onderzoeken die ik voor dit artikel aanhaal, zijn verschillende keuzes gemaakt door de onderzoekers wat betreft hetgeen waarmee de gehydroliseerde caseïne wordt vergeleken. Hierdoor zijn de onderzoeken zelf onderling soms moeilijker te vergelijken.

Tenslotte zijn er veel onderzoeken die een toegevoegde waarde van gehydroliseerde caseïne in het algemeen of PeptoPro® in het bijzonder aantonen, maar deze helemaal niet vergelijken met andere vormen van proteïne of aminozuren. Deze onderzoeken heb ik grotendeels links laten liggen. Het is bijvoorbeeld van weinig toegevoegde waarde om te weten of je met koolhydraten en PeptoPro® beter presteert dan met koolhydraten alleen (hetzelfde geldt voor vragen over het effect op spiermassa, vetverbranding, spierpijn etc.). Als dit niet vergeleken wordt met andere proteïne/aminozuren geeft het namelijk vooral de toegevoegde waarde van proteïne in het algemeen aan en weet je nog niet in hoeverre andere, goedkopere, proteïne hetzelfde resultaat had kunnen bereiken. Dat is net als het prijzen van de nieuwste Ferrari zonder deze te vergelijken met andere sportauto’s uit hetzelfde segment.

Aan de hand van diverse invalshoeken zal ik in elk geval zoveel mogelijk relevante onderzoeken bespreken en vergelijken in de hoop dat je hiermee een weloverwogen oordeel kan vormen over de toegevoegde waarde van PeptoPro®.

Introductie PeptoPro op Olympische Spelen 2004

PeptoPro® werd geïntroduceerd op de Olympische Spelen 2004 als de officiële sportdrank van NOC*NSF (als onderdeel van het DSM-sponsorprogramma voor NOC*NSF), in de vorm van Total Recovery Drink. Het nadeel destijds was dat deze werd geleverd in sachets van 37,5 gram poeder waarvan slechts 12,5 gram PeptoPro® was. De rest bestond uit eenvoudige koolhydraten. Hoewel dit als de geadviseerde dosering PeptoPro® na intensieve inspanning gold, betekende het dat je zeer veel van deze sachets bij je moest hebben als atleet.

De sporters klaagden bovendien over de smaak van het drankje dat erg bitter was. Hieraan heeft DSM gewerkt voordat het PeptoPro® introduceerde in de huidige, pure, poeder vorm. Total Recovery Drink wordt hiernaast nog steeds verkocht.

Wat is PeptoPro?

PeptoPro® van DSM bestaat voor 85% uit caseïne proteïne waarvan 7,5% bestaat uit vrije aminozuren, 8,5% uit dipeptides en 39% uit tripeptides.

Om te begrijpen wat PeptoPro® onderscheidt van “normale” proteïne is het handig de termen di- en tripeptiden evenals hydrolisatie te kennen (naast de in het algemeen bekendere termen aminozuren en proteïne).  Vandaar dat ik begin met een wat technisch verhaal dat ik toch al zo eenvoudig mogelijk heb getracht te houden.

Di- en tripeptiden

Proteïne wordt gevormd door lange ketens van aminozuren die aan elkaar verbonden zijn door middel van zogenaamde peptide-verbindingen (1). Deze worden in de maag en dunne darm afgebroken tot kortere ketens van aminozuren voor verder gebruik door het lichaam. Ketens van aminozuren kunnen diverse lengtes hebben:

  • Monopeptide: Eén aminozuur
  • Dipeptide: Twee aminozuren met één peptide-verbinding
  • Tripeptide: Drie aminozuren met twee peptide-verbindingen
  • Tetrapeptide: Vier aminozuren met drie peptide-verbindingen
  • etc. (pentapeptide, hexapeptide, heptapentide, octapeptide, nonapeptide,  decapeptide)

Ketens van meer dan 10 aminozuren worden polypeptiden genoemd. Een proteïne bestaat uit één of meerdere polypeptiden. Sommige polypeptiden worden ook wel een proteïne genoemd en andersom omdat er geen vaste regel is voor het aantal aminozuren dat een polypeptide kan bevatten voordat het een proteïne wordt genoemd. Soms wordt als bovengrens voor een polypeptide 50 aminozuren aangehouden.

Voorbeelden:

Drie losse aminozuren (structuurformules)

Een tripeptide bestaande uit de aminozuren Alanine, Glycine en Phenylalanine  (structuurformule)

Een polypeptide (vereenvoudigde weergave met afkortingen van aminozuren i.p.v structuurformules)

Hydrolisatie van proteïne

Hydrolisatie van proteïne is het proces waarmee de langere ketens van aminozuren waaruit de proteïne is opgebouwd, worden opgebroken in kleinere ketens. Dit gebeurt in het lichaam door het protease-enzym (ook wel genoemd peptidase of proteinase). Er zijn diverse typen protease die elk op verschillende locaties van de keten de verbindingen verbreken.

DSM realiseert dit opbreken in kleinere ketens door een “patent-protected enzyme” dat tevens de bittere smaak vermindert dat normaal typerend is voor van te voren gehydroliseerde proteïnen (2).

Hydrolisatiegraad

De hydrolisatiegraad is het percentage peptide-bindingen tussen de aminozuren in de keten van een proteïne die door de enzymen verbroken zijn (3). Met andere woorden, hoe hoger de hydrolisatiegraad, hoe groter het aantal kortere ketens waarin de proteïne is opgebroken.

PeptoPro® heeft een hydrolisatiegraad van 28%-30%. Dit is zeer hoog te noemen. Producten met een hogere hydrolisatiegraad zijn vaak te bitter van smaak om aantrekkelijk te zijn voor de verkoop.

Each protein hydrolysate is a complex mixture of peptides of different chain length together with free amino acids, which can be defined by a global value known as degree of hydrolysis (DH), which is the fraction of peptide bonds that have been cleaved in the starter protein [3]. However, even the exact information on DH cannot not tell us the whole story, as two protein hydrolysates made by different methods (e.g., oligopeptides/significant free amino acids vs. mainly dipeptides and tripeptides) may have a similar degree of hydrolysis even though their absorption kinetics are likely quite different. Consequently, all protein hydrolysates are certainly not created equal.

-A.H. Manninen, Manninen Nutraceuticals (2009)

Moleculair gewicht

Een laatste, belangrijk kenmerk van gehydroliseerde proteïne is het zogenaamde moleculaire gewicht. Dit is van belang omdat het van invloed is op de opnamesnelheid in het bloed (4,5). Dit wordt uitgedrukt in Dalton, of kilo Dalton (kDa).

Whey proteïne bestaat bijvoorbeeld voor het grootste deel (58%) uit  bètalactoglobuline  dat een moleculair gewicht heeft van 18.277 Dalton, of 18,277 kDa (6). Hiernaast bestaat whey voor 20% uit alfalactalbumine met een moleculair gewicht van 14.175 Dalton (7) . In de afbeelding hiernaast vind je deze terug in het proteïne-profiel van whey (8).

Van PeptoPro® is dit gemiddeld minder dan 1.000 Dalton. 60% van PeptoPro® heeft zelfs een moleculair gewicht van minder dan 500 Dalton.  Althans volgens de diverse verkopers van PeptoPro® die deze informatie van DSM verkregen zouden hebben. Zelf vind ik hierover alleen informatie terug van DSM in de vorm van een interview met Stefan Steinbacht, Director Business development waarin hij spreekt over “het laagste moleculaire gewicht van alle voor-verteerde proteïne (9).

Wat moleculair gewicht betreft, zou je dus verwachten dat PeptoPro® voor een snellere opnamen van de aminozuren uit deze zorgt dan gewone, volledige, proteïne.

Officiële informatie PeptoPro moeilijk verkrijgbaar

Ik heb DSM drie weken voor publicatie van dit artikel verzocht om de officiële data omtrent PeptoPro® aan te leveren wat betreft hydrolisatiegraad, percentage aminozuren, percentage di- en tripeptiden, en moleculair gewicht. Tot op heden heb ik hierop geen antwoord ontvangen. De officiële sites bevatten of alleen marketing gericht informatie in de vorm van spectaculaire uitingen over de effectiviteit of tonen een lege pagina. Als bedrijf dat trots is op haar producten lijkt mij dat je de informatie hierover toegankelijk zou moeten maken. Of dit een kwestie is van slecht beheer van de website of anders is mij niet bekend.

Snellere opname van aminozuren uit di- en tripeptiden

De belangrijkste toegevoegde waarde van PeptoPro® zou liggen in het grote gehalte aan di- en tripeptiden en de snelheid waarmee de aminozuren in deze worden opgenomen in het bloed. Een snellere beschikbaarheid van aminozuren zorgt immers dat de spieren na een training eerder over de benodigde bouwstenen beschikken om weefsel op te bouwen en voorkomt afbraak van spierweefsel (10,11).

Er zijn meerdere onderzoeken die de opnamesnelheid van gehydrolyseerde proteïne hebben vergeleken met de opname van volledige proteïne. Van deze onderzoeken zijn er diverse die concludeerden dat specifiek de di- en tripeptiden (van zowel whey als caseïne) sneller worden opgenomen (12,3,13,14,15,16,17,18).

Een onderzoek waarnaar DSM zelf lijkt te verwijzen is dat van Adibi en Morse uit 1977 (19). Dat is althans het onderzoek waarnaar verwezen wordt in de afbeelding rechts.  In deze grafiek wordt de opnamesnelheid van vier vormen van aminozuren bekeken: Losse aminozuren, di-peptiden, tri-peptiden en tetrapeptiden. De grafiek zoals deze hier afgebeeld is, komt in het genoemde onderzoek zelf niet voor. Dit is de grafiek zoals DSM deze zelf heeft opgesteld op basis van de grafieken die wel in het onderzoek staan afgebeeld. Op zich te begrijpen omdat de originele weergave meer uitleg behoeft. Het beeld is echter hetzelfde zoals te zien is in (rechterkant van) de originele grafiek hieronder.

Onderzoekers van de University of Pittsburgh vergeleken de snelheid waarmee glycine, de kleinste van de 20 verschillende aminozuren in proteïne, werd opgenomen in het bloed. In de afbeelding rechts zie je twee grafieken. Het verschil tussen deze is de hoeveelheid oplossing die met de diverse peptiden werd toegediend. In grafiek “b” werd tweemaal zoveel toegediend als bij “a” waarmee de verschillen groter en dus duidelijker werden.

Je ziet in de grafiek de verschillende snelheden waarmee de glycine in de vorm van tetrapeptiden, tripeptiden, dipeptiden en als “vrij” aminozuur (monopeptide) wordt opgenomen in het bloed. Het is duidelijk dat de di- en tripeptiden sneller worden opgenomen dan de tetrapeptiden en dat deze op hun beurt sneller worden opgenomen dan de monopeptiden.

(Di- en tri)peptiden sneller dan volledige proteïne én losse aminozuren

In praktijk zijn volledige proteïne en losse aminozuren zeer populair als voedingssupplement. Het zijn dan dus de zeer lange (combinatie van) ketens of juist de losse aminozuren die verkocht worden.

De losse aminozuren zijn om twee redenen populair. Je kan met de aanschaf van losse aminozuren ten eerste zelf de samenstelling bepalen van de aminozuren (terwijl deze in proteïne een bepaalde samenstelling hebben van de 20 aminozuren waarvan de hoeveelheid per aminozuur afhangt van het type proteïne). De andere reden is de snelheid waarmee deze aminozuren in het bloed terecht komen alwaar ze hun werk kunnen doen. Voor een snel herstel direct na de training zijn deze populair door een snellere opname.

Gezond leken-verstand zou je waarschijnlijk doen vermoeden dat de losse aminozuren sneller worden opgenomen dan de aminozuren uit di- en tripeptiden. Uit de hierboven getoonde grafiek (en ander onderzoek) blijkt dit dus niet het geval (19,20).

The rates of glycine uptake were always markedly greater from diglycine and triglycine solutions than from corresponding glycine or tetraglycine solutions…

-Siamak A. Adibi, University of Pittsburgh

Onderscheid di- en tripeptiden en andere korte ketens: peptide-carrier-system

Hoewel in de grafiek ook te zien is dat tetrapeptiden sneller worden opgenomen dan de losse aminozuren is een duidelijk verschil te zien tussen deze en de di- en tripeptiden. De onderzoekers zien de verklaring hiervoor in de verschillende wijze waarop di- en tripeptiden worden getransporteerd naar het bloed (19,13).

Eerder onderzoek van dezelfde onderzoekers had namelijk al aangetoond dat di- en tripeptiden op een andere manier getransporteerd worden naar het bloed dan losse aminozuren en langere ketens (21,22). Dit zogenaamde peptide-carrier-system heeft een paar interessante eigenschappen waaronder (21,22,23,24):

  • Het transporteert geen losse aminozuren maar wel dipeptiden en sommige tripeptiden.
  • Het heeft een hogere maximale opnamesnelheid dan het transportsysteem voor losse aminozuren.
  • Het is een belangrijk, zo niet het overheersende, transportsysteem voor aminozuren in proteïne.

De conclusie van de onderzoekers is dan ook dat het langere ketens dan di- en tripeptiden eerst gehydroliseerd moeten worden tot di- en tripeptiden waardoor deze langzamer worden opgenomen (19,25). Ketens die slechts iets langer zijn dan di- en tripeptiden zijn dusdanig kort dat ze ondanks de vertraging door hydrolyse toch nog sneller zijn dan de losse aminozuren die het andere transportsysteem volgen. De grens hiervoor lijkt te liggen bij een keten van zes aminozuren (hexapeptide). Bij langere ketens is de vertraging door hydrolyse dusdanig dat het transportsysteem voor losse aminozuren sneller is (19).

…the rate limiting step in the uptake of glycine from tetraglycine or higher peptides is due to hydrolysis of these peptides to absorbable products.

When the number of glycine residues was increased to hexaglycine, the phenomenon of a greater rate of glycine uptake from a peptide versus a free amino acid solution was no longer apparent.

– Siamak A. Adibi, University of Pittsburgh

Behalve snellere opname ook volledigere opname uit di- en tripeptiden

Wanneer aminozuren gebruikt worden in de vorm van di- en tri-peptiden komen deze niet alleen sneller, maar ook in grotere hoeveelheid aan in het bloed dan wanneer ze worden ingenomen in langere ketens of losse aminozuren (3,13,26).

Dit heeft te maken met het eerder genoemde verschil in de manier waarop losse aminozuren enerzijds en di- en tripeptiden anderzijds getransporteerd worden langs de maag, ingewanden, alvleesklier, milt (de zogenaamde portal drained viscera genoemd of PDV) en lever.

De zogenaamde first-pass extraction is de hoeveelheid aminozuren die door deze organen wordt “afgescheiden” en bedraagt zo’n 20 tot 35 procent. Deze hoeveelheid komt dus niet beschikbaar  in het bloed (26). In het geval van gehydrolyseerde proteïne zou de PDV “minder efficiënt” zijn in het afscheiden van deze aminozuren waardoor dus per saldo meer overblijft op de plek waar je het wilt hebben: In het bloed, beschikbaar voor opname door de spieren.

Tegensprekende bronnen over sneller opname gehydroliseerde proteïne

Niet ieder onderzoek leidt echter tot dezelfde conclusies. Zo bleek uit onderzoek uit 2008 dat (volledige) whey na een nacht vasten sneller werd opgenomen dan whey hydrolisaat (27). Zo zagen ze dat bepaalde aminozuren zoals leucine en BCAA’s (Branched Chain Amino Acids) in het bloed sneller stegen na inname van “gewone” whey.

Voor de duidelijkheid, dit ging om whey hydrolisaat en niet caseïne hydrolisaat, maar zou mogelijk dus iets zeggen over de snelheid van hydrolisaten in het bijzonder ten opzichte van de intacte proteïne. De onderzoekers noemen zelf het feit dat whey al snel wordt opgenomen en daarom hydrolisatie mogelijk de opname niet sneller kan maken. Als dit het geval is, waarom zou je dan niet gewoon kiezen voor het goedkopere whey? Het onderzoek zegt echter niets over het hydrolisaat zelf anders dan dat het van Dairy Farmers afkomstig is, een bedrijf dat niet op grote schaal hydrolisaten produceert. Het is dus de vraag in hoeverre dit te vergelijken is met a) gehydroliseerde caseïne in het algemeen en b) PeptoPro®, het product waarvan groot-producent DSM trots is op het grote gehalte aan di- en tripeptiden.

In een ander onderzoek werd het whey hydrolisaat Optipep van Carbery Foods (ook leverancier van de whey hydrolisaat van Bodyenfitshop) met een hydrolisatiegraad van 30% (28). Wat hydrolisatiegraad betreft vergelijkbaar met DSM’s PeptoPro® al verschilt het aminozuur-profiel enigszins (wegens het verschil tussen whey en caseïne). Ze keken naar de snelheid van maaglediging, de snelheid waarmee voedsel de maag verlaat en de dunne darm in gaat. Ook deze onderzoekers zagen geen (significant) verschil in snelheid van maaglediging tussen whey en de gehydrolyseerde whey. Zij hielden er rekening mee dat dit mogelijk werd veroorzaakt doordat de inname werd gedaan op een nuchtere maag.

Daarnaast keken ze, net als in het hiervoor genoemde onderzoek, naar de stijging van BCAA’s in het bloed. Ook zij zagen dat deze na inname van volledige whey iets meer steeg dan na inname van het whey hydrolisaat.

Een andere uitkomst van het onderzoek was dat het insuline-gehalte in het bloed meer steeg na inname van het hydrolisaat (28) maar daarover straks meer.

Verschillende meetmethoden kunnen voor misleidende resultaten zorgen!

Het grote nadeel van deze twee laatste onderzoeken is de manier waarop gekeken is naar de hoeveelheid aminozuren in het bloed. Hiervoor is namelijk geen gebruik gemaakt van “gelabelde aminozuren”. Gelabelde aminozuren in het product dat getest wordt, zorgen ervoor dat je later in het bloed daadwerkelijk kan zien hoeveel van de ingenomen aminozuren daadwerkelijk in het bloed beschikbaar komen. Zonder gebruik te maken van gelabelde aminozuren kan je geen onderscheid maken tussen aminozuren die reeds aanwezig waren en aminozuren uit de net ingenomen voeding. Daarnaast zijn natuurlijk wij voor dit artikel vooral geïnteresseerd in gehydrolyseerde caseïne in plaats van whey. Op dat laatste kom ik straks terug wanneer ik een onderzoek aanhaal dat whey vergelijkt met gehydrolyseerde whey én gehydrolyseerde caseïne.

Wat beide punten betreft, is een onderzoek van Nederlandse bodem interessant (29). In de afbeelding hiernaast (helaas kon ik geen groter formaat vinden) zie je hoe caseïne en caseïne hydrolisaat zorgen voor stijging van diverse gelabelde aminozuren in het bloed. In alle gevallen zorgt caseïne hydrolysaat voor een aanzienlijk hogere stijging (25 tot 50 procent!).

Gehydrolyseerde proteïne en de rol op insuline

Onlangs schreef ik over de anabole eigenschappen van het hormoon insuline. Insuline wordt gebruikt (o.a. ter behandeling van diabetes) en misbruikt (als doping) om gebruik te maken van het signaal dat het afgeeft aan de spieren om de eiwitsynthese (aanmaak van proteïne in de spieren en dus spiergroei) te bevorderen.

De belangrijkste regulator van insuline is glucose. Het eten van suikers/koolhydraten zorgt voor de omzetting in glucose in het bloed. Om de hoeveelheid glucose in het bloed (de “bloedsuikerspiegel”) te reguleren, wordt insuline aangemaakt dat o.a. de spieren opdracht geeft glucose op te nemen en op te slaan als glycogeen en aminozuren in het bloed om te zetten in proteïne in de spieren.

Vooral het aminozuur leucine zou een stimulerend effect hebben op de aanmaak van insuline mits de hoeveelheid glucose in het bloed verhoogd wordt (30). In het eerder genoemde Nederlandse onderzoek zagen we dat o.a. leucine in het bloed meer steeg na inname van caseïne hydrolisaat dan bij gewone caseïne (29). Het is dus niet vreemd dat hydrolysaten zouden zorgen voor meer stijging van insuline dan hun normale variant (31,32,33,34,35).

Waar de eerder behandelde onderzoeken naar hydrolysaten wat verschillen hebben getoond als het gaat om opnamesnelheid, tonen ze vaak dezelfde resultaten als het gaat om de invloed op insuline (28,29,36). Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat gehydrolyseerde proteïne zorgt voor een hogere stijging van insuline dan “normale” proteïne.

Wel jammer is dat er geen onderzoeken zijn die het effect van caseïne hydrolisaat hebben vergeleken met whey hydrolisaat zodat je je geen oordeel kunt vormen over welke het insuline-gehalte meer doet stijgen.

Meer insuline is meer spiermassa?

Dit lijkt dus een argument voor gehydrolyseerde proteïne. De hogere stijging van insuline zou volgens sommigen dan ook bijdragen aan de aanmaak van meer spierproteïne en dus spiergroei bevorderen (31,37,38). Er zijn echter in de afgelopen jaren onderzoeken verschenen waaruit blijkt dat waar piekwaarden van bepaalde aminozuren in het bloed bijdragen tot meer spiergroei hier geen piekwaarden in insuline voor nodig zijn (39,40). Het lijkt volgens die onderzoeken alsof basale waarden van insuline voldoen om eiwitsynthese (spiergroei) mogelijk te maken én voldoende zijn om proteolyse (spierafbraak) te verlagen. De onderzoekers vinden het echter nog een complex vraagstuk en hopen dan ook dat verder onderzoek meer inzicht brengt.

Thus, can we say at this point that insulin is simply permissive for protein synthesis and suppressive for protein breakdown, but you don’t need much of it to see this effect?

– S.M. Phillips

Onderzoek uit Japan toont een verband tussen verhoogde insuline niveau’s en een verbeterde “netto proteïne balans” (het resultaat van spieropbouw en spierafbraak) en concludeert dat verhoging van insuline alleen leidt tot meer spiergroei wanneer het een stijging in bloedtoevoer naar (en aanlevering van aminozuren aan) de spieren verhoogt (41). Vreemd genoeg leidde in dat onderzoek lage doseringen van locale injecties tot geen verandering, hogere doseringen tot meer aanmaak van spierproteïne zonder verandering in afbraak, terwijl de grootste dosering juist geen invloed had op aanmaak en wel afbraak verminderde. De middelmatige dosering had hier het grootste effect op de netto proteïne balans.

Dat insuline alleen leidt tot een verbeterde netto proteïne balans bij aanwezgheid van voldoende aminozuren werd overigens in 1990 al aangetoond (42). Dit is als het gaat om het gebruiken van PeptoPro® of gehydrolyseerde caseïne natuurlijk geen probleem omdat je het lichaam hiermee van die benodigde aminozuren voorziet. Het is dus alleen de vraag of de mate van verhoging van insuline niet te teveel is voor het optimale bevorderende effect op spiergroei en het beperkende effect op spierafbraak.

Om één en ander nog lastiger te maken, zijn er ook dierstudies die juist aantoonden dat caseïne hydrolisaat insuline-niveau’s verlaagt in plaats van deze te verhogen (43). Gezien het grotere aantal studies onder mensen dat een stijging van insuline aantoont, lijkt de aanname van stijging van insuline door hydrolisaten aannemelijker.

In het geval van insuline lijkt meer dus echter niet altijd beter te zijn, maar moet er slechts voldoende aanwezig zijn. Het lijkt dan ook op basis van de huidige onderzoeken niet mogelijk te bepalen of de mate waarin hydrolysaten insuline niveau’s meer laten stijgen dan volledige proteïne ook meer bijdraagt tot spiergroei.

Sneller herstel met gehydrolyseerde caseïne? Herstel glycogeen-opslag

De belangrijkste brandstof voor spieren is glycogeen. Glycogeen raakt echter snel uitgeput, al na 30-40 minuten bij hoge inspanning (44). Glycogeen wordt aangemaakt vanuit glucose dat we binnenkrijgen door koolhydraten te eten.

Herstel van glycogeen-voorraden is van belang om diverse redenen. Zie het als het bijtanken van een elektrische auto. Of het 8 uur duurt of 4 uur voordat je accu’s vol zijn, maakt nogal verschil als je diezelfde dag een lange reis voor de boeg hebt. Als brandstof voor de spieren zorgt beter herstel van glycogeen ervoor dat je sneller weer in staat bent om prestaties te leveren.

Door na inspanning koolhydraten samen in te nemen met proteïne herstelt glycogeen sneller dan wanneer je alleen koolhydraten inneemt, zoals onder andere bleek uit onderzoek uit 2002 (45). Het is dan ook niet vreemd dat onderzoekers vervolgens benieuwd waren of het type proteïne dat samen met de koolhydraten werd ingenomen ook verschil kan maken.

In een onderzoek van Japanse bodem uit 2009 werd de invloed op de glycogeenopslag in spieren van whey, whey hydrolisaat, BCAA’s én gehydrolyseerde caseïne van DSM onderling vergeleken (46). Omdat verder niet wordt ingegaan op het product van DSM kunnen we niet aannemen dat dit vergelijkbaar is met PeptoPro®, maar gezien de datum van het onderzoek (na introductie PeptoPro®) is de kans groot.

Herstel glycogeen-opslag in de spieren

De Japanse onderzoekers lieten, kort gezegd, ratten zwemmen om de glycogeen-voorraden uit te putten. Hieronder zie je dat de ratten aan een trainingsprotocol werden onderworpen dat een marathon-zwemmer niet mis zou staan. De eerste twee dagen konden ze nog eten “ad libitum”, wat in deze context wil zeggen: “zoveel als ze wilden”. Op de derde dag kregen ze een beperkt dieet wat met de training van de daarop volgende dag zou zorgen voor uitputting van de glycogeen-voorraden. Ter beloning voor de enorme inspanning die de Olympische ratjes hadden verricht, werd één groep (8 ratten) direct na de laatste oefening gedood om te zien hoe de glycogeen-voorraad ervoor stond. Alle andere groepen kregen eerst verschillende sportdranken ter herstel. Allemaal met glucose (voorganger van glycogeen) met daarnaast aanvullingen met whey, whey hydrolisaat, BCAA’s of caseïne hydrolisaat.

Hierboven zie je de resultaten. Voorafgaand aan de uitputting bedroeg de hoeveelheid glycogeen gemiddeld 12,2 mg per gram spier. In de kolom uiterst links zie je hoe het glycogeen direct na het zwemmen op een beperkt dieet is afgenomen tot iets minder dan 1,5 mg/g spier. Twee uur na de uitputting is het duidelijk dat glucose aangevuld met whey hydrolisaat zorgde voor het snelste herstel van de glycogeen voorraad, gevolgd door “gewone” whey en BCAA’s. Deze toevoegingen  lijken dus voor een snellere opname van de ingenomen glucose te zorgen. Het caseïne hydrolisaat van DSM kwam op de laatste plaats en maakte geen verschil ten opzichte van alleen glucose.

WPH caused greater increases in post-exercise skeletal muscle glycogen content than whey protein, BCAA and casein hydrolysates.

– M. Morifuji, Waseda University

Voor zover het gebruikte hydrolisaat van DSM vergelijkbaar is met PeptoPro® en voor zover ratten vergelijkbaar zijn met atleten heeft PeptoPro® volgens dit onderzoek en in dit opzicht geen toegevoegde waarde voor bijvoorbeeld een atleet die meerdere dagen achter elkaar of meerdere keren op een dag moet presteren. Ten minste niet ten opzichte van andere supplementen. In dat geval is hij/zij volgens dit onderzoek beter af met whey hydrolisaat gevolgd door “gewone” whey en BCAA’s. Wat prijs/kwaliteit verhouding betreft, is “gewone whey ” dan overigens aan te raden tenzij je dus deelneemt aan de tienkamp op de Olympische Spelen en je graag 25% extra betaalt (verschil in Bodyenfitshop-prijzen voor whey en whey hydrolisaat) voor 20% extra herstel in de twee uur volgend op je laatste inspanningen. Erg scheef is die verhouding wat dat betreft niet.

 

Sneller herstel van glycogeen-voorraden kan bovendien betekenen dat er minder spiermassa wordt afgebroken om te voorzien in energie. Je kan op basis van deze gegevens echter niet automatisch aannemen dat whey hydrolisaat tot minder spierafbraak leidt omdat hier meer processen bij gemoeid zijn. Wel lijkt het dus, wat dit onderzoek betreft, onwaarschijnlijk dat het gebruikte caseïne hydrolisaat tot sneller herstel van de glycogeen-voorraad leidt.

“Duitse atleten presteren op tweede dag meer na herstel met PeptoPro®”

Uiteindelijk gaat het herstellen van glycogeen om de prestaties die je kan leveren. Onderzoek dat deze prestaties meet op een tweede dag na eerdere inspanning zijn dan ook interessant, zo niet interessanter.

Ergogenics toonde eerder al de resultaten van een onderzoek onder Duitse Olympisch atleten. Dit lijkt echter geen gepubliceerd “peer-reviewed study”. Dat wil zeggen dat ik geen publicatie van dit onderzoek heb gevonden in wetenschappelijke tijdschriften die pas publiceren wanneer door andere deskundigen het onderzoek is beoordeeld op validiteit. Ik heb over dit onderzoek verder alleen iets kunnen lezen in Marketing materiaal van DSM (47). Hoeveel waarde aan dit onderzoek moet worden gehecht, is daarmee onduidelijk. Ik heb zelf sterk het vermoeden dat het onderzoek gefinancierd is door DSM.

De Duitse atleten moesten 3 minuten fietsen met oplopende inspanning tot een vastgestelde mate van verzuring was opgetreden (4 mmol/L melkzuur in het bloed). Op dat moment namen ze de eerste “hersteldrank” bestaande uit alleen koolhydraten (0,36 gram per kilo lichaamsgewicht) óf koolhydraten (0,36 g/kg) én PeptoPro® (0,36 g/kg en 0,18 g/kg). Na het fietsen kregen de atleten direct één van beiden hersteldrankjes. In de vier uur durende rust die volgde, kregen ze vervolgens na 30, 60 en 120 minuten nogmaals dezelfde herstel drank. Na de rust van vier uur werd er opnieuw 3 minuten gefietst en werden de prestaties vergelijken. Een week later werd het experiment herhaald en kregen de atleten de andere drank dan een week eerder. Hiernaast zie je de resultaten. Van de 50 atleten waren en 39 die bij de tweede keer fietsen beter presteerden wanneer ze koolhydraten met PeptoPro® hadden gedronken. Er waren er echter ook 2 waarbij er geen verschil was en maar liefst 9 die slechter presteerden.

Zoals Ergogenics ook al opmerkte, klopt deze opzet niet omdat beide drankjes niet iso-calorisch waren. Dat wil zeggen dat beide drankjes niet dezelfde hoeveelheid calorieën opleverden aangezien in het geval van de toevoeging van PeptoPro® niet de hoeveelheid koolhydraten omlaag is bijgesteld om op dezelfde hoeveelheid calorieën uit te komen. Het probleem daarmee is dat verschillen in effect tussen beide drankjes dus ook veroorzaakt kunnen worden door het verschil in calorieën. Bovendien had ik zelf graag de verschillen gezien met andere soorten proteïne. Misschien had whey, gehydroliseerd of niet, immers tot hetzelfde resultaat geleid.

In hetzelfde Marketing materiaal van DSM staan meerdere onderzoeken vermeld. Omdat ik met deze dezelfde problemen heb (niet iso-calorisch, niet gepubliceerd), zal ik deze verder niet behandelen. Het enige voordeel van deze onderzoeken is dat daadwerkelijk PeptoPro® is gebruikt en niet een ander caseïne hydrolisaat, maar dit voordeel weegt m.i. niet op tegen de gebreken van de onderzoeken.

Meer duurvermogen en minder spierpijn wanneer tussendoor gehydroliseerde caseïne wordt gedronken?

Overigens gelden deze beperkingen in onderzoeken niet allleen voor de onderzoeken genoemd in het materiaal van DSM. Ook gepubliceerde onderzoeken kunnen dezelfde “fouten” bevatten.

Amerikaanse onderzoekers onderzochten of de prestaties verbeterd worden wanneer tijdens langdurige inspanning koolhydraten met gehydroliseerde caseïne wordt gedronken in plaats van alleen koolhydraten (48). Ze lieten 13 mannelijke wielrenners 60 kilometer fietsen waarbij na elke 5 kilometer één van beide sportdranken werd gedronken. Ook in dit geval werd de gehydroliseerde caseïne gewoon toegevoegd aan de koolhydraten waardoor beide dranken niet iso-calorisch waren. Ook in dit geval was ik meer geïnteresseerd geweest in een vergelijking tussen gehydroliseerde caseïne en andere proteïne. In ieder geval, het resultaat was dat met de gehydroliseerde caseïne de 60 kilometer 36 seconden sneller werd gereden wat een verschil was van nauwelijks een half procent.

De wielrenners kregen ook na de 60 kilometer één van beide sportdranken om het verschil in spierpijn te meten op de volgende dag. Hierin zagen zij dat zonder de toevoeging van het caseïne hydrolisaat er spierpijn optrad terwijl dat met de caseïne niet gebeurde. Ik heb helaas geen onderzoeken gevonden waarbij dit vergeleken is tussen gehydroliseerde caseïne en andere proteïne.

Verschillen aminozuur profiel whey en gehydrolyseerde caseïne.

In het eerder genoemde onderzoek van de Japanners is het interessant dat de onderzoekers de aminozuurprofielen hebben onderzocht (46). In de figuur hiernaast zie je de verschillen. Wat opvalt is dat er in de voor spiergroei belangrijke aminozuren (o.a. de bcaa’s leucine, valine en isoleucine) geen grote verschillen zitten. Verder steekt proline uit in de zin dat dit aanzienlijk meer voorkomt in (het gebruikte) caseïne hydrolisaat dan in het whey hydrolisaat. Hoewel proline o.a. zorgt voor celgroei (net als meerdere andere aminozuren), speelt het een grotere rol in de aanmaak van collageen en is het dus belangrijker voor bijvoorbeeld sterke aanhechtingen, kraakbeen, een goede huid en wondgenezing dan voor spiergroei op zich (49). Het verschil in aminozuren lijkt dus geen grote factor te spelen in deze vergelijking tussen whey hydrolisaat en caseïne hydrolisaat zoals gemaakt door de Japanners (46).

“Gehydroliseerde caseïne verlaagt lichaamsvet”

Of je sneller herstelt door gehydroliseerde proteïne in het algemeen en gehydrolyseerde caseïne in het bijzonder is  met de genoemde onderzoeken niet onomstotelijk aangetoond. Laten we daarom verder gaan en kijken of PeptoPro® een toegevoegde waarde heeft als het gaat om het verlagen van je vetpercentage én waar het voor de meeste van ons om zal draaien: Spiermassa bouwen.

“Gehydrolyseerde caseïne verlaagt vetpercentage meer dan volledige caseïne in muizen.”

De titel van het eerste onderzoek dat ik in dit opzicht noem, is in ieder geval bemoedigend (43).*

(Helaas is dit het onderzoek dat als één van de weinigen een daling van insuline liet zien na inname van caseïne hydrolysaat. Als je die resultaten naast je neerlegt als zijnde onwaarschijnlijk (gezien de andere onderzoeken) dan ben je nogal selectief in het accepteren van onderzoeksgegevens wanneer je positieve resultaten mbt. vetverbranding uit datzelfde onderzoek wél direct accepteert.)

Deense onderzoekers gaven muizen volledige caseïne of gehydrolyseerde caseïne. Ze zagen o.a. dat de zogenaamde respiratoire ruilverhouding (verhouding tussen de zuurstof die je inademt en de kooldioxide die je uitademt) lager was wanneer er caseïne hydrolisaat werd gegeten. Dit is een aanwijzing dat het lichaam meer vet gaat verbranden in plaats van koolhydraten.  Dit en andere effecten van het hydrolisaat zorgden voor minder vetmassa in de muizen.

The physiological changes induced by hydrolyzed casein ingestion translated into decreased body and adipose tissue masses. We conclude that chronic consumption of extensively hydrolyzed casein reduces body mass gain and diet-induced obesity in male C57BL/6J mice.

– H.H. Lillefosse, University of Copenhagen

“Caseïne hydrolisaat verlaagt lichaamsvet meer dan whey hydrolisaat én zorgt voor meer spiermassa”

“Leuk voor die muizen” denk je wellicht terecht, “maar hoe zit dat met mensen?”. Hoewel dit soort onderzoeken met dieren natuurlijk overwegend gedaan worden om er conclusies uit te trekken die op mensen kunnen worden toegepast, zijn vastgestelde resultaten in mensen zelf toch overtuigender.

Amerikaanse onderzoekers keken naar de effecten van een 12 weken durend dieet met a) calorierestrictie (80% van caloriebehoefte), b) calorierestrictie met training en whey hydrolisaat (1,5g/kg lichaamsgewicht) en c) calorierestrictie met training en caseïne hydrolisaat (1,5g/kg) (50 ). Dit is één van die weinige onderzoeken waarbij dus wel de hydrolisaten van whey en caseïne vergeleken zijn en daarmee meteen een stuk interessanter.

Hun proefpersonen waren politieagenten met overgewicht. Nu alsjeblieft geen flauwe grappen als:” Gaan we van muizen naar ratten?”, “Moesten ze de proteïne in donuts verstoppen?” of “Amerikaanse agenten met overgewicht, is dat geen pleonasme?” (je weet wel, als in natte regen, witte sneeuw). De onderzoekers kozen juist voor politie-agenten als zijnde “ideale proefpersonen” omdat ze een behoorlijk homogene groep vormen in de de zin dat ze werk doen met vergelijkbare activiteitsniveau’s en roulerende roosters hebben die snel leiden tot het eten van koolhydraat- en vetrijke voeding (dus toch die donuts). Tegelijkertijd is een goede conditie voor hun werk belangrijk en zouden ze gemotiveerd zijn.

De resultaten zie je hiernaast. Alle drie de groepen a, b en c daalden in de 12 weken in gewicht (gemiddeld 2,5 kilo) en het vetpercentage daalde gemiddeld van 27 naar 25 procent, maar er waren significante verschillen. In de groep die caseïne hydrolisaat gebruikte was de gemiddelde daling van het vetpercentage 8% (van 26 naar 18 procent). In de groep die whey hydrolisaat gebruikte, was dit “slechts” de helft, namelijk van 27 naar 23 procent. De onderzoekers zagen bovendien dat de vetvrije massa (voornamelijk spiermassa) in de caseïne hydrolisaat groep ook twee keer zoveel was toegenomen als in de whey hydrolisaat groep, namelijk gemiddeld 4 kilo ten opzichte van 2 kilo. Tenslotte was het ook hetzelfde beeld toen ze keken naar toename in kracht. Deze was in de caseïne hydrolisaat groep toegenomen met gemiddeld 59% ten opzichte van 29% in de whey hydrolisaat groep. In zowel verlagen van vetpercentage, toename van spiermassa én kracht werkte caseïne hydrolisaat dus letterlijk twee keer zo goed als whey hydrolisaat.

We also demonstrated the significant impact of a casein hydrolysate on the rate of decrease in fat and increase in lean mass.

-R.H. Demling, Brigham and Women’s Hospital, Boston

Helaas is dit het enige onderzoek dat ik heb kunnen vinden dat echt keek naar het uiteindelijke  resultaat van caseïne hydrolisaat en dit vergeleek met een ander populair alternatief, whey hydrolisaat. Het is ook het onderzoek dat het sterkst voor gehydroliseerde caseïne pleit.

Het is leuk om te weten wat caseïne hydrolisaat in het bijzonder en proteïne hydrolisaat in het algemeen betekent voor snelheid en omvang van opname van aminozuren, herstellen van glycogeen en verhogen van insuline. Uiteindelijk willen velen echter vooral weten wat dit effectief doet met de vet-vrije massa. Niet vreemd gezien weinigen van ons worden beoordeeld op onze prestaties op de 100-meter vrije slag en velen worden beoordeeld op de aanwezigheid van een sixpack en spiermassa.

Persoonlijke ervaring

Het leukste van het schrijven van recensies voor Bodyenfitshop is natuurlijk het ontvangen van de te beoordelen supplementen. Omdat het niet wetenschappelijk onderbouwd is om op basis van de ervaringen van één persoon de effectiviteit van een supplement te beoordelen (hoe zat het bijvoorbeeld met de overige omstandigheden zoals rust, voeding en training) beoordeel ik vooral zaken als gebruiksgemak en smaak. Natuurlijk benoem ik ook effectiviteit indien ik iets opmerkelijks lijk te merken, maar in dit opzicht heb je meer aan de talloze onderzoeken die ik hier heb aangehaald. Deze zijn immers onder meer mensen/dieren gehouden en (meestal) onder beter gecontroleerde omstandigheden.

Gebruiksgemak 

PeptoPro® is een zeer fijn poeder dat erg makkelijk oplost. Geen gedoe met klonten dus. Omdat er meer aminozuren uit worden opgenomen dat uit normale proteïne is de benodigde dosering lager, namelijk 10-12 gram. Dit lijkt erg weinig vergeleken met de doseringen van 20 tot 30 gram proteïne die de meesten in een shake zullen gooien. Je moet je echter bedenken waarvoor je PeptoPro® gebruikt, namelijk een optimale timing van aminozuren. Je gebruikt het dan ook alleen na de training en kan ervoor kiezen het te mengen met normale proteïne die trager wordt opgenomen en/of koolhydraten om het transport te versnellen.

Smaak

Dat laatste is overigens ook wel aan te raden al is het alleen maar om de smaak. Zoals gezegd, heeft DSM een manier gevonden om de bittere smaak te beperken naar aanleiding van de ervaring van de Olympisch atleten in 2004. Ik heb Total Recovery Drink nooit gedronken, maar gezien de huidige smaak en feit dat deze blijkbaar verbeterd is, kan ik alleen concluderen dat deze destijds écht smerig moest zijn. Als je het niet mengt, is het niet bepaald neutraal van smaak, maar erg bitter.

Dit is echter in bepaald opzicht een voordeel. DSM had er voor kunnen kiezen bepaalde smaakstoffen toe te voegen om dit te verbeteren. Ze hebben er echter (in mijn opinie terecht) voor gekozen het in de pure vorm te laten. Je kan dan zelf bepalen of je de smaak voor lief neemt, of het mengt met andere producten die wel smaakstoffen bevatten (zoals dus normale proteïne, koolhydraten of gewoon vruchtensap). De smaak is niet dermate erg dat geldt dat met hoe meer je het mengt ,hoe meer smerigheid je weg te slikken hebt zoals mijn ervaring was met creatine ethyl ester malaat (5 gram in een shake van 500ml. en je moest een halve liter met dichtgeknepen neus wegdrinken). In mijn ervaring is het al helemaal niet zo erg dat je ervan moet kotsen, zoals iemand op een Amerikaans forum (51) aangaf. Bovendien went uiteindelijk alles, vooral voor atleten en bodybuilders in het bijzonder die gewend zijn te eten wat ze moeten eten in plaats van wat ze willen eten.

Waar ik wel rekening mee hou, is dat het mengen met andere proteïne de snelheid van opname kan vertragen. Ik heb hier geen enkele aanleiding voor wat betreft onderzoeken hiernaar want die zijn er voor zover ik weet niet. Op zich niet opmerkelijk want er zijn ook al zeer weinig onderzoeken die bijvoorbeeld kijken naar wat er bijvoorbeeld met de snelheid van gewone whey gebeurd wanneer je het mengt met caseïne (zoals in of met melk). Van MCT-olie (dat tot snellere opname leidt dan vetten uit langere ketens) beschreef ik onlangs echter dat opname vertraagd wordt wanneer deze samen wordt ingenomen met vetten met langere ketens. Ik hou er dus rekening mee dat het kan, maar heb hier geen aanleiding toe wat betreft onderzoeken. Wil je het veilige voor het onveilige nemen dan neem je direct na de training PeptoPro® en pas een half uur later je andere proteïne.

Prijs PeptoPro

PeptoPro® is zoals alle gehydroliseerde proteïne duurder dan normale proteïne, maar ook duurder dan sommige andere hydrolisaten.

Je betaalt bij Bodyenfitshop €28,50 voor 500 gram. Ter vergelijking: Voor de Whey Hydrolisaat van Bodyenfitshop betaal je iets meer dan €9,- voor 500 gram (omgerekend, wordt verkocht per 2kg). Voor “normale” whey betaal je zo’n €7,70 voor 500 gram (omgerekend vanaf 2270 gram). Hoewel ik dan wel al vergelijk met de goedkoopste prijzen in de markt is het duidelijk dat PeptoPro® een stuk duurder is.

Er zijn hierbij wel een paar grote “echters”. Ten eerste is de PeptoPro® bij Bodyenfitshop wel goedkoper dan elders. Ik heb voor de vergelijking er een paar onder elkaar gezet met prijzen, evt. teruggerekend naar 500 gram.

Diverse prijzen PeptoPro® 500 gram (alleen vermelding “vaste” prijzen per 11-11-’13 en geen aanbiedingen)

  • Bodyenfitshop       €28,50
  • MDYshop               €56,24 (44,99 voor 400 gram)
  • XXL Nutrition         €29,96€ (44,95 voor 750 gram)
  • Proteïneshakes.nl  €33,30 (49,95 voor 750 gram)
  • Bodylab                  Niet in assortiment
  • Perfectbody.nl       €56,13  (44,90 voor 400 gram, PeptoPro® onder MDY-label)

Ten tweede gebruik je, zoals gezegd, van PeptoPro® dagelijks veel minder dan van “normale” proteïne. Hoewel diverse shops verschillende doseringen adviseren, ligt het maximum toch wel op de 15 gram. Dit dus omdat er verhoudingsgewijs meer van de aminozuren wordt opgenomen waardoor je er minder van hoeft in te nemen. Bovendien gebruik je het alleen na de training omdat dan de snelle opname van belang is. Dit betekent voor de meesten dat ze het tussen de 3 en de 5 keer per week zullen gebruiken. Zelfs al neem je 15 gram als dosering en train je vijf keer per week dan doe je met een pot van 500 gram bijna 7 weken. Dat is langer dan de meesten met 2 kilo whey zullen doen (vaak iets langer dan een maand). Zo bekeken, is PeptoPro® feitelijk goedkoper dan normale whey.

Hierbij moet ik wel benadrukken dat ik PeptoPro® niet zie als alternatief voor of vervanging van “normale” proteïne omdat je natuurlijk de rest van de dag je lichaam ook van proteïne moet voorzien en velen, zo niet de meesten, dit niet alleen uit voeding voor elkaar krijgen. Het is mooi als PeptoPro® direct na de training zorgt voor meer aanmaak van proteïne in de spieren en dus meer spiergroei. De rest van de dag heb je echter ook proteïne nodig om afbraak te voorkomen. PeptoPro® is dus eerder een toevoeging en met de vele keuzes aan supplementen is het de vraag of je in PeptoPro® een grotere toegevoegde waarde ziet dan andere supplementen die naast “normale” proteïne uit dezelfde beperkte portemonnee moet komen.

“Maar het werkt wel” 

Nogmaals wat ik zelf heb ervaren in de zin van spiergroei, kracht etc. is niet zo interessant aangezien het weinig hoeft te betekenen. Toch wil ik hier iets over melden.

Ik gebruik PeptoPro® nu ongeveer een maand waarin mijn voeding door omstandigheden ronduit slecht te noemen was. Behalve de vaste shakes bij opstaan, na de training en voor het slapen, heb ik er een beetje een rommeltje van gemaakt. Desondanks heb ik de afgelopen maand wel enkele plafonds doorbroken waar ik een tijdje tegenaan zat te hikken.

Zo lukte het me, sinds ik in een andere sportschool train, niet meer te dippen met 80kg tussen m’n benen. Waarschijnlijk had dit iets te maken met andere afstanden tussen de stangen van de dipping bar. Ik bleef hangen bij 70kg en had net één keer weer de 75kg gehaald met slechts enkele herhalingen. Inmiddels heb ik de afgelopen maand alweer drie keer met 80kg gedipt met 4-6 herhalingen.

Hiernaast merkte ik in andere oefeningen meer gemak en energie.

Nu zal ik de laatste zijn om een supplement uit te proberen en daar direct enorme resultaten aan toe te schrijven. Daarvoor heb ik teveel supplementen uitgeprobeerd met te weinig resultaat. Juist omdat m’n voeding verder zo slecht was, verbaasde het me dat ik toch sterker was geworden en niet was gedaald in droge massa.

Deze ervaring zie ik terug in andere, normaal kritische, gebruikers die dit melden op forums (52,53). In diezelfde forums komt ook vaak terug dat mensen die moeite hebben met losse aminozuren (in de zin dat ze last krijgen van hun maag), geen moeite hebben om PeptoPro® te verteren.

Zou ik PeptoPro® kopen?

Voor dit artikel heb ik veel onderzoeken gelezen die het voordeel van gehydroliseerde onderzoeken aantoonden boven gewone proteïne. Ging het echter om welk type hydrolisaat, whey of caseïne, dan waren er slechts twee onderzoeken en die spraken elkaar tegen.

Bij de ratten werd gekeken naar herstel van glycogeen en bleek whey hydrolisaat de grootste toegevoegde waarde te hebben ten opzichte van glucose en bleek caseïne hydrolisaat geen toegevoegde waarde te hebben.

Bij de Amerikaans politieagenten bleek caseïne hydrolisaat echter tot aanzienlijk meer vetverbranding, spiermassa én kracht te leiden dan whey hydrolisaat.

Hoewel ik als hobbybuilder dat laatste interessanter vind dan glycogeen-opslag vind ik één onderzoek niet overtuigend genoeg om het verschil tussen beide hydrolisaten te bepalen.

Wel ben ik overtuigd van het voordeel van hydrolisaten in het algemeen gezien de vele onderzoeken die de snelle opname van di- en tripeptiden aantonen. Ik twijfel dan echter of ik het goedkopere whey hydrolisaat zou kopen waarvan hydrolisatiefraad en percentage di- en tri niet bekend zijn of het duurdere PeptoPro® waarvan meer bekend is over de hydrolisatiegraad. Ik ben nu nog geneigd te kiezen voor whey hydrolisaat, maar dat is ook de crisis die spreekt. Als wedstrijd-bodybuilder die richting prestaties op het podium traint, zou ik waarschijnlijk toch voor PeptoPro® kiezen.

Samenvatting en conclusie PeptoPRo

Het moeilijke van een beoordeling van PeptoPro® is dat er zeer weinig onderzoeken zijn die specifiek PeptoPro® hebben gebruikt. Veel conclusies moeten worden afgeleid van onderzoeken die verricht zijn met gehydroliseerde caseïne waarvan de vraag is in hoeverre deze vergelijkbaar is. De beperkte informatie vanuit DSM zelf maakt dit niet veel makkelijker. Mijn duidelijkste conclusie is dan ook dat er meer onderzoek naar verricht moet worden waarbij met name met andere soorten proteïne moet worden vergeleken, in het bijzonder whey (hydrolisaat) en losse aminozuren.

Dat gezegd hebbende:

Wat moleculair gewicht betreft, zou je kunnen verwachten dat PeptoPro® voor een snellere opname van de aminozuren uit deze zorgt dan gewone, volledige proteïne én losse aminozuren. Hiernaast zouden de di- en tripeptiden in PeptoPro® zorgen voor een sneller en vollediger transport van de aminozuren naar het bloed. Hoewel sommige onderzoeken dit tegenspreken, lijkt dit gezien het overgrote deel van de onderzoeken die het onderschrijven én de wijze waarop deze zijn opgezet, bevestigd.

Hiernaast is in meerdere onderzoeken aangetoond dat gehydroliseerde proteïne insuline in het bloed meer doet stijgen dan niet gehydroliseerde proteïne. Helaas is het verschil hierin tussen caseïne hydrolisaat en whey hydrolisaat niet onderzocht. Belangrijker nog, het is onduidelijk of deze verhoogde stijging bijdraagt aan extra spiermassa.

Wat betreft herstel van glycogeen-voorraden heb ik slechts één relevant onderzoek gevonden. Uit dit onderzoek bleek juist dat gehydrolyseerde caseïne met glucose het glycogeen trager herstelde dan whey hydrolisaat met glucose én zelfs normale whey met glucose. Sterker nog, er  leek geen toegevoegde waarde te zijn van gehydrolyseerde caseïne met glucose ten opzichte van glucose alleen.

Duitse onderzoekers zagen dat als er twee dagen achter elkaar gepresteerd moest worden, de prestaties beter waren wanneer er op de eerste dag na de inspanning PeptoPro® werd gedronken. De opzet van het onderzoek was echter niet goed én er is niet vergeleken met andere soorten proteïne of losse aminozuren. Hetzelfde geldt voor een onderzoek waaruit blijkt het duurvermogen toeneemt wanneer er tussendoor PeptoPro® wordt gedronken.

Het verhaal wordt een stuk positiever als we kijken naar daadwerkelijke effecten op de lichaamssamenstelling. Zowel uit een dierstudie als uit een onderzoek onder Amerikaanse politieagenten bleek dat gehydrolyseerde caseïne lichaamsvet meer verlaagde én spiermassa meer verhoogt dan gehydrolyseerde whey.

Eén van de verschillen tussen whey en caseïne en dus ook tussen de hydrolisaten van beiden is het aminozuur-profiel, de mate waarin de diverse aminozuren in het eiwit voorkomen. Hierin zitten echter geen grote verschillen (m.u.v proline). Vooral niet als het gaat om de, voor spiergroei, belangrijkste aminozuren.

Mijn persoonlijke ervaring is dat PeptoPro® makkelijk is in gebruik. De smaak is nog steeds erg bitter, maar makkelijk te verbeteren door het te combineren met andere supplementen of aan vruchtendrank toe te voegen. Mijn persoonlijke ervaring wat effectiviteit betreft, is erg positief terwijl ik eigenlijk geen direct waarneembare resultaten had verwacht.

Qua prijs lijkt PeptoPro® duur, maar gezien de grote van de doseringen en de frequentie waarmee je het gebruikt, valt dit erg mee. Dit hangt ook af van waar je het koopt en onder welk label. Op sommige plaatsen is PeptoPro® bijna twee keer zo duur als bij Bodyenfitshop.

Zelf zie ik wel een toegevoegde waarde voor PeptoPro® in mijn persoonlijke supplementen assortiment al twijfel ik of whey hydrolisaat niet hetzelfde kan betekenen tegen lagere kosten.

Referenties:

  1. Genton, Laurence; Melzer, Katarina; Pichard, Claude (2010). “Energy and macronutrient requirements for physical fitness in exercising subjects”. Clinical Nutrition 29 (4): 413–423.
  2. Pasquale M G. Protein foods vs. protein and amino acid supplements. In: Amino acids and proteins for the athlete: the anabolic edge. Boca Raton, FL: CRC Press, 1997. 89–98.98.
  3. Anssi H Manninen. Protein hydrolysates in sports nutrition. Nutrition & Metabolism 2009, 6:38 doi:10.1186/1743-7075-6-38
  4. Sklan D, Halevy O. Digestion and absorption of protein along ovine gastrointestinal tract.
  5. Grimble GK, Rees RG, Keohane PP, Cartwright T, Desreumaux M, Silk DB: Effect of peptide chain length on absorption of egg protein hydrolysates in the normal human jejunum. Gastroenterology 1987, 92:136-42.
  6. Eigel, W. N., Butler, J. E., Ernstrom, C. A., Farrell, H. M., Harwalkar, V. R., Jenness, R., et al. (1984). Nomenclature of proteins of cow’s milk: Fifth revision. Journal of Dairy Science, 67, 1599–1631.
  7. Brew, K., Castellino, F. J., Vanaman, T. C., & Hill, R. L. (1970). The complete amino acid sequence of bovine a-lactalbumin. Journal of Biological Chemistry, 10, 4570–4582.
  8. Ana R. Madureira, Cla´udia I. Pereira, Ana M.P. Gomes, Manuela E. Pintado, F. Xavier Malcata. Bovine whey proteins – Overview on their main biological properties. Food Research International Volume 40, Issue 10, December 2007, Pages 1197–1211
  9. http://bodybuilding.elitefitness.com/new-protein-anabolic-potential-miles-ahead-whey
  10. van Loon LJ, Saris WH, Verhagen H, Wagenmakers AJ. Plasma insulin responses after ingestion of different amino acid or protein mixtures with carbohydrate. Am J Clin Nutr. 2000 Jul; 72(1):96-105.
  11. Morifuji M, Sakai K, Sanbongi C, Sugiura K. Dietary whey protein downregulates fatty acid synthesis in the liver, but upregulates it in skeletal muscle of exercise-trained rats.
    Nutrition. 2005 Oct; 21(10):1052-8
  12. FitzGerald RJ, O’Cuinn G. Review Enzymatic debittering of food protein hydrolysates.
    Biotechnol Adv. 2006 Mar-Apr; 24(2):234-7.
  13. Manninen A H. Protein hydrolysates in sports and exercise: a brief review. J Sports Med Sci 2004. 360–63.63.
  14. Grimble GK, Rees RG, Keohane PP, Cartwright T, Desreumaux M, Silk DB. Effect of peptide chain length on absorption of egg protein hydrolysates in the normal human jejunum.Gastroenterology. 1987;92:136–42.
  15. Grimble GK: The significance of peptides in clinical nutrition. Annu Rev Nutr 1994a, 14:419-47.
  16. Grimble GK, Guilera Sarda M, Sesay HF: The influence of whey hydrolysate peptide chain length on nitrogen and carbohydrate absorption in the perfused human jejunum. Clin Nutr 1994b, 13:46.
  17. Grimble G K. Mechanisms of peptide and amino acid transport and their regulation. In: Furst P, Young V, eds. Proteins, peptides and amino acids in enteral nutrition. Basel: Karger and Nestec, 2000. 63–88.88.
  18. Raimundo AH, Grimble GK, Rees RG, Hunjan MK, Silk DBA: The influence of fat and carbohydrate on absorption of partial enzymatic hydrolysates of casein in normal human jejenum. Gastroenterology 1988, 94:A988.
  19. Siamak A. Adibi and Emile L. Morse. The Number of Glycine Residues Which Limits Intact Absorption of Glycine Oligopeptides in Human Jejunum. J Clin Invest. 1977 November; 60(5): 1008–1016. doi: 10.1172/JCI108851
  20. Monchi M, Rérat AA: Comparison of net protein utilization of milk protein mild enzymatic hydrolysates and free amino acid mixtures with a close pattern in the rat. J Parenter Enteral Nutr 1993, 17:355-63.
  21. Adibi, S. A. 1975. Dipeptide absorption and hydrolysis in human small intestine. In Peptide Transport in Protein Nutrition. American Elsevier Publishing Co., Inc., New York. 147-166.
  22. Adibi, S. A. 1976. Intestinal phase of protein assimilation in man. Am. J. Clin. Nutr. 29: 205-215.
  23. Matthews, D. M., and S. A. Adibi. 1976. Peptide absorption. Gastroenterology. 71: 151-161.
  24. Matthews, D. M. 1975. Intestinal absorption of peptides. Physiol. Rev. 55: 537-608.
  25. Ha E, Zemel MB. Review Functional properties of whey, whey components, and essential amino acids: mechanisms underlying health benefits for active people (review). J Nutr Biochem. 2003 May; 14(5):251-8.
  26. Stoll B, Burrin DG: Measuring splanchnic amino acid metabolism in vivo using stable isotopic tracers. J Anim Sci 2006, 84(Suppl):E60-72.
  27. Farnfield MM, Trenerry C, Carey KA, Cameron-Smith D: Plasma amino acid response after ingestion of different whey protein fractions. Int J Food Sci Nutr 2008, 8:1-11
  28. Power O, Hallihan A, Jakeman P: Human insulinotropic response to oral ingestion of native and hydrolysed whey protein. Amino Acids 2009, 37:333-9
  29. Koopman R, Crombach N, Gijsen AP, Walrand S, Fauquant J, Kies AK, Lemosquet S, Saris WH, Boirie Y, van Loon LJ: Ingestion of a protein hydrolysate is accompanied by an accelerated in vivo digestion and absorption rate when compared with its intact protein. Am J Clin Nutr 2009, 90:106-15.
  30. Kalogeropoulou D, Lafave L, Schweim K, Gannon MC, Nuttall FQ: Leucine, when ingested with glucose, synergistically stimulates insulin secretion and lowers blood glucose. Metabolism 2008, 57:1747-52.
  31. Manninen AH: Hyperinsulinaemia, hyperaminoacidaemia and post-exercise muscle anabolism: the search for the optimal recovery drink. Br J Sports Med 2006, 40:900-5
  32. van Loon LJ, Kruijshoop M, Verhagen H, Saris WH, Wagenmakers AJ. Ingestion of protein hydrolysate and amino acid-carbohydrate mixtures increases postexercise plasma insulin responses in men. J Nutr. 2000b Oct; 130(10):2508-13
  33. Koopman R, Wagenmakers AJ, Manders RJ, Zorenc AH, Senden JM, Gorselink M, Keizer HA, van Loon LJ. Combined ingestion of protein and free leucine with carbohydrate increases postexercise muscle protein synthesis in vivo in male subjects. Am J Physiol Endocrinol Metab. 2005 Apr; 288(4):E645-53
  34. Kaastra B, Manders RJ, Van Breda E, Kies A, Jeukendrup AE, Keizer HA, Kuipers H, Van Loon LJ. Effects of increasing insulin secretion on acute postexercise blood glucose disposal.
    Med Sci Sports Exerc. 2006 Feb; 38(2):268-75.
  35. Manders RJ, Koopman R, Sluijsmans WE, van den Berg R, Verbeek K, Saris WH, Wagenmakers AJ, van Loon LJ. Co-ingestion of a protein hydrolysate with or without additional leucine effectively reduces postprandial blood glucose excursions in Type 2 diabetic men. J Nutr. 2006 May; 136(5):1294-9.
  36. Calbet JA, Holst JJ: Gastric emptying, gastric secretion and enterogastrone response after administration of milk proteins or their peptide hydrolysates in humans. Eur J Nutr 2004, 43:127-39.
  37. Proud CG. Regulation of protein synthesis by insulin. Biochem Soc Trans. 2006 Apr;34(Pt 2):213-6.
  38. Joseph F. Christian and John C. Lawrence, Jr. Mechanisms of Insulin Action. ISBN: 978-0-387-72203-0. Publication date: June 15, 2007
  39. Phillips SM: Insulin and muscle protein turnover in humans: stimulatory, permissive, inhibitory, or all of the above? Am J Physiol Endocrinol Metab 2008, 295:E731.
  40. Greenhaff PL, Karagounis LG, Peirce N, Simpson EJ, Hazell M, Layfield R, Wackerhage H, Smith K, Atherton P, Selby A, Rennie MJ: Disassociation between the effects of amino acids and insulin on signaling, ubiquitin ligases, and protein turnover in human muscle. Am J Physiol Endocrinol Metab 2008, 295:E595-604.
  41. Satoshi Fujita , Blake B. Rasmussen , Jerson G. Cadenas , James J. Grady , Elena Volpi. Effect of insulin on human skeletal muscle protein synthesis is modulated by insulin-induced changes in muscle blood flow and amino acid availability. American Journal of Physiology – Endocrinology and MetabolismPublished 1 October 2006Vol. 291no. E745-E754DOI: 10.1152/ajpendo.00271.2005
  42. Bennet WM, Connacher AA, Scrimgeour CM, et al. Euglycemic hyperinsulinemia augments amino acid uptake by human leg tissues during hyperaminoacidemia. Am J Physiol 1990;259:E185–94.
  43. Lillefosse HH, Tastesen HS, Du ZY, Ditlev DB, Thorsen FA, Madsen L, Kristiansen K, Liaset B.. Hydrolyzed Casein Reduces Diet-Induced Obesity in Male C57BL/6J Mice. J Nutr. 2013 Sep;143(9):1367-75. doi: 10.3945/jn.112.170415. Epub 2013 Jul 10.
  44. Van Loon LJC. The effects of exercise and nutrition on muscle fuel selection. Maastricht:
    Universitaire Pers Maastricht, 2001.
  45. Ivy JL, Goforth HW Jr, Damon BM, McCauley TR, Parsons EC, Price TB. Early postexercise muscle glycogen recovery is enhanced with a carbohydrate-protein supplement. J Appl Physiol (1985). 2002 Oct;93(4):1337-44.
  46. Morifuji M, Kanda A, Koga J, Kawanaka K, Higuchi M. Post-exercise carbohydrate plus whey protein hydrolysates supplementation increases skeletal muscle glycogen level in rats. Amino Acids. 2010 Apr;38(4):1109-15. doi: 10.1007/s00726-009-0321-0. Epub 2009 Jul 11.
  47. DSM PeptoPro Studies
  48. Saunders MJ, Moore RW, Kies AK, Luden ND, Pratt CA. Carbohydrate and protein hydrolysate coingestions improvement of late-exercise time-trial performance. Int J Sport Nutr Exerc Metab. 2009;19:136–49.
  49. Reyna SV, Ensenat D, Johnson FK, Wang H, Schafer AI, Durante W. Cyclic strain stimulates L-proline transport in vascular smooth muscle cells. Am J Hypertens. 2004 Aug;17(8):712-7.
  50. Demling RH, DeSanti L. Effect of a hypocaloric diet, increased protein intake and resistance training on lean mass gains and fat mass loss in overweight police officers. Ann Nutr Metab. 2000;44(1):21-9.
  51. http://community.myprotein.com/supplements-formulas/28576-PeptoPro®-my-experience.html
  52. http://forum.dutchbodybuilding.com/f116/supplement-review-PeptoPro®-xxl-nutrition-246415/
  53. http://www.intensemuscle.com/archive/index.php/t-46143.html
WEEKAANBIEDINGEN
BODY EN FITSHOP

Over Kenneth Nwosu

Kenneth Nwosu is gecertificeerd fitness-docent, natural bodybuilder en docent Ryukyu Kobujutsu (Japanse Krijgskunst). Als hoofdredacteur van FITsociety schrijft hij uitvoerig over alles met betrekking tot fitness, bodybuilding, voeding en supplementen.

Plaats een reactie