COACH LOGIN
genen-om-te-trainen

Een hekel aan trainen? Het zit in de genen

WEEKAANBIEDINGEN
BODY EN FITSHOP

Verslaafd aan trainen of juist allergisch voor trainen? Het zit voor een groot deel in de genen.

“Ziek op sportdag?”

M’n dochter had laatst een slecht cijfer voor lichamelijke opvoeding, of te wel, gym. “Niet eerlijk” aldus mijn dochter. “Ik was er niet eens omdat ik ziek was”.

“Dat heb je van je moeder” denk ik dan. Als ik ooit al te ziek was om naar school te gaan dan zou dat nooit op een sportdag zijn. Dat is immers de leukste schooldag van het jaar. Maar ja, ik was dan ook zo iemand die met gym altijd de beste van de klas wilde zijn. De enige keer dat ik een slecht cijfer kreeg voor gym was toen ik weigerde mee te doen met aerobics op het buitenplein. Te midden van drie schoolgebouwen met kijkende kinderen had ik, mijns inziens, een veel te stoere reputatie opgebouwd om suffe dance moves uit te voeren.

Wat al het andere betreft echter, was ik bloedfanatiek. Vrijwillig je grenzen opzoeken, kijken hoe ver je kon komen, hoe snel je kon gaan, hoe lang je het uit kon houden dat vond ik altijd leuk en erg bevredigend. Te weinig fietsen om na het uitgaan met z’n allen naar huis te fietsen? No problem, neem de mijne, ik ren wel.

Ik kon dan ook nooit iets begrijpen van de kinderen die met het bekende briefje van de dokter zich afmelden bij de gymdocent.

“Ik heb niets met sporten”

Overweight Young Man Falls Asleep While Lying on a Sofa Watching TVEen paar jaar geleden hoorde ik een collega zeggen:”Sporten, daar heb ik helemaal niets mee! Jezelf een beetje in het zweet rennen.” Daar kon ik me niets bij voorstellen. Natuurlijk, dat je sommige sporten niet leuk vind, is niet vreemd. Maar sporten in het algemeen? Voor mij is dat hetzelfde als zeggen dat je niet van muziek houdt. Ze zei het bovendien op zo’n manier waaruit bleek dat ze mensen die voor de lol sporten voor gek verklaart.

Dat de collega in kwestie niet actief sportte, was geen verassing. Toen ik later voor haar en een andere collega de BMI berekende en hier uitleg over gaf, schrok ze toch behoorlijk. Woorden als “obesitas” en “morbide obsesitas” klonken blijkbaar niet zo prettig.

Genen om te trainen

Ik dacht altijd dat het iets te maken had met opvoeding. Vanaf m’n vijfde is er geen moment geweest dat ik niet aan de een of andere sport deed. Toch had me moeten opvallen dat bijvoorbeeld in het honkbalteam of basketbal team er altijd wel jongens waren die daar met een stuk minder plezier leken te zijn. Jongens waarbij je altijd een zucht uit de mond zag en hoorde komen wanneer de coach zei:”nog een rondje om het veld”. Onderzoek uit Georgia bevestigt (gelukkig) dat opvoeding maar een deel van het verhaal is.

“Genen, vooral die in de hersenen die dopamine aansturen, spelen mogelijk een rol in iemands neiging om trainen leuk te vinden of juist te vermijden”. Aldus Rodney Dishman van de University of Georgia. Hij presenteerde zijn bevindingen uit onderzoeken onder ratten en mensen in zijn lezing “Genetics of Exercise Avoidance” tijdens de Integrative Biology of Exercise 7 bijeenkomst in Phoenix[1].

Volgens Disham hebben onderzoeken onder tweeelingen en families aangetoond dat 20 tot 60 procent van de variatie in fysieke activiteit erfelijk is. De exacte genen die hiertoe leiden worden echter nog niet goed begrepen. Het zouden in ieder geval vooral de beloningscentra in de hersenen zijn die ervoor zorgen dat je fysieke activiteit opzoekt op juist vermijdt, zowel in dieren als mensen. Met name de neuronen in de hersenen die dopamine reguleren. Dopamine is een neurotransmitter die helpt bij het reguleren van de regio’s in de hersenen die zaken als motivatie, plezier en beloning aansturen.

Dishman heeft in zijn onderzoek ook rekening gehouden met andere persoonlijke eigenschappen  die bijdragen aan fysieke activiteit of juist zorgen dat je dit vermijdt. Zaken als je vermogen om doelen te stellen, zelfbeheersing, fitness en vaardigheden. Zijn huidige onderzoek doet vermoeden dat dopamine niet alleen een direct effect heeft op je behoefte om wel of juist niet actief te zijn. Het zou ook een indirect effect hebben door bijvoorbeeld de bovengenoemde eigenschappen te beïnvloeden. Neem weer mijn collega. In haar geval bleek dat ze nooit als doel had gesteld om af te vallen. Zou ze dit wel doen dan zou ze er vervolgens dus ook tegenaan lopen dat ze veel meer moeite heeft van zichzelf de juiste fysieke inspanning te verlangen.

Weten is trainen en diëten

Dit soort onderzoeken zijn vooral nuttig voor personal trainers, fitness docenten en dus ook docenten lichamelijke opvoeding. Vaak zijn dit namelijk mensen zoals ik. Die overijverige gasten die continu stonden te stuiteren in de gymzaal, popelend om het ene bibberende kind na het andere door de muur het te smijten met trefbal. Juist voor ons is het moeilijk voor te stellen dat je geen enkele affiniteit hebt met lichaamsbeweging en sport.

Toch zullen het vaak dit soort klanten zijn die zich bij ons aanmelden. Met het begrip dat het in zo’n persoons hoofd gewoon heel anders werkt, kom je dan vaak een stuk verder.

Referenties

  1. American Physiological Society (APS). (2016, November 4). Hate exercise? It may be in your genes. ScienceDaily. Retrieved November 15, 2016 from sciencedaily.com/releases/2016/11/161104102446.htm
WEEKAANBIEDINGEN
BODY EN FITSHOP

Over Kenneth Nwosu

Kenneth Nwosu is gecertificeerd fitness-docent, natural bodybuilder en docent Ryukyu Kobujutsu (Japanse Krijgskunst). Als hoofdredacteur van FITsociety schrijft hij uitvoerig over alles met betrekking tot fitness, bodybuilding, voeding en supplementen.

Plaats een reactie