COACH LOGIN
Fitness Fotografie belichting

Tips voor fitness fotografie: Licht

WEEKAANBIEDINGEN
BODY EN FITSHOP

In dit artikel over fotografie van fitness modellen en bodybuilders geef ik een aantal tips met betrekking tot belichting waarmee je een mooi lichaam beter tot zijn recht laat komen.

Fitness fotografie

Je traint weken, maanden, jaren in de sportschool. Waar anderen gewoon eten, let jij continu op je voeding om jezelf in de beste shape mogelijk te krijgen. Dan komt het moment dat je in de spiegel kijkt en jezelf er beter uit vindt zien dan ooit. Maak je dan een selfie met je mobieltje in de spiegel van de kleedkamer van de sportschool of zorg je dat die shape ook op de beste manier op de foto komt?

Dat is mijn gebruikelijke verkoopverhaal als (fitness)fotograaf. Want ook wanneer je wel de tijd en moeite neemt om mooie foto’s te maken van je figuur kan je ervaren hebben dat dat soms nog behoorlijk lastig kan zijn. Voorpompen in de sportschool, thuis nog even pompen omdat het alweer een kwartier geleden is dat je de sportschool verliet. Insmeren met olie om te glimmen, stoer poseren met een front double bicep pose, foto met de camera van je mobieltje en…..crap, de foto lijkt nergens op.

Jeroen en Joyce

Hoe kan dat toch? Toen je eerder voor dezelfde spiegel stond, zag je er goed uit. Nu ben je opgepompt en wel, maar zie je op de foto niets terug van het beeld dat je in de spiegel zag terwijl je op precies dezelfde plaats staat, in dezelfde houding.

Een andere keer gebeurt juist weer het omgekeerde, iemand maakt een foto van je op een moment dat je helemaal niet voorbereid bent op een shoot, niet bewust poseert en dan levert dat opeens een prachtige foto op waarop je spieren beter uitkomen dan ooit. Puur een toevalstreffer dus.

Dit soort situaties waren medio vorig jaar voor mij de reden om me te verdiepen in fitness fotografie. Zoals gebruikelijk sloeg ik ook daar in door en inmiddels heb ik wekelijks modellen in de studio die vooral voor deze expertise komen. Toch is dit geen verkoopverhaal voor een photoshoot bij mij, want dan zou ik natuurlijk verwijzen naar mijn site kenneth-fotografie.nl. Nee, hier volgen enkele tips hoe je zonder uitgebreide kennis van fotografie en zonder dure apparatuur mooie(re) foto’s van je lichaam kunt maken. Ik begin met de eenvoudigere materie en vervolg met wat complexere zaken over belichting voor de liefhebber.

Belichting bij fotografie

Over licht in fotografie zijn boeken volgeschreven. Sommigen zullen dan ook zeggen: “Fotografie ís licht”. Zonder in te gaan op alle verschillende licht-technieken wil ik laten zien hoe je met licht je lichaam er gespierder uit kan laten zien of juist je foto kunt verpesten. Het toverwoord is contrast.

Camiel Saris

Ik snapte nooit waarom ik in de spiegel een beter beeld zag dan later op de foto. Achteraf bleek dit een gebrek aan licht te zijn of juist een overdaad aan licht dat op de verkeerde manier het onderwerp (mij in dit geval) belicht.

Wat er vaak gebeurt is dat je ogen een mooi beeld zien dat te donker blijkt voor de camera. Je ogen hebben namelijk een veel groter bereik van donker tot licht dan camera’s. Als de foto van Camiel (rechts) het beeld was dat ik met mijn ogen zag dan was dit te donker voor de camera. Een oplossing die de meeste camera’s dan bieden, is het automatisch open klappen van de ingebouwde flitser om het beeld bij te schijnen. Deze flitser geeft echter een totaal ander effect dan wat je ogen eerder zagen. De lichtbron is namelijk verandert en daarmee de kwaliteit, sterkte en plaatsing van het licht.

selfie toen ik wat studio tijd over had. Geen voorbereiding, niet opgepompt of ingesmeerd, maar toch een betere foto dan ik voorheen maakte mét voorbereiding door beter inzicht in belichting
selfie toen ik wat studio tijd over had. Geen voorbereiding, niet opgepompt of ingesmeerd, maar toch een betere foto dan ik voorheen maakte mét voorbereiding, dankzij beter inzicht in belichting

Stel je stond met je zij naar een raam gekeerd waardoor het licht van buiten van de zijkant komt. Dit kan ook voor een mooi effect zorgen. Het licht valt over je buikspieren en borstspieren en laat schaduwen achter waar het licht vanaf de zijkant niet kan komen. Deze schaduwen zorgen voor contrast en diepte waardoor je een mooie definitie krijgt. Hetzelfde gebeurt bij licht van bovenaf dat schaduwen onder de borstspieren veroorzaakt en onder de buikspieren. De flitser echter die in de camera is ingebouwd zit recht op de camera en diens licht valt dus van voren op het onderwerp. Hierdoor vult het licht alle onderdelen van het onderwerp met hetzelfde licht. Hiermee ben je dus al die schaduwen kwijt en daarmee dat mooie contrast en je diepte. Het ziet er bovendien onnatuurlijk uit omdat omdat licht normaal gesproken meestal van boven op je schijnt zoals de zon of lampen aan het plafond.

Hoeveel contrast je in je foto’s hebt, is natuurlijk een kwestie van smaak. Voor fitness fotografie zal ik bijna altijd voor een hoog contrast kiezen in de belichting van de verschillende delen van het lichaam omdat dan het tonen van de spieren een prioriteit heeft.

De juiste lichtbron kiezen

zo was het licht in de sportschool
zo was het licht in de sportschool (de flitser wordt aangestuurd door een zender op de camera)

In de studio werk ik soms met vijf verschillende flitsers die op afstand bediend worden en die ik dus kan plaatsen waar ik wil. Ik stel de camera vaak zo donker in dat deze niets, of niet veel meer ziet dan het licht van de flitsers om zo het gewenste effect te bereiken. Werk je echter met de camera van je mobiel dan ben je aangewezen op die flitser die vast op je mobiel zit. Dat hoeft niet erg te zijn als je zelf kunt bepalen waar die op richt. Bij de los verkrijgbare flitsers die je op professionele camera’s ziet kan je zelf bepalen welke kant je deze op richt. Je kan deze dan bijvoorbeeld op het plafond richten zodat het licht hiervan af stuitert en dus van boven op je onderwerp valt.  Of op de muur zodat het licht vanaf de zijkant komt. Bij de meeste mobiele telefoons en compact camera’s kan dat echter niet.

De oplossing is er dan voor te zorgen dat je beschikking hebt over een lichtbron die genoeg licht geeft zodat je camera niet de noodzaak ziet de flitser aan te gooien. Hierbij loop je vaak wel tegen het probleem dat flitsers veel meer vermogen bieden dan vaste belichting, of “continous light”.  Zo kan een lamp van 120W maar een tiende van het vermogen bieden als een flitser van slechts 60W. Dat komt omdat die flitser al zijn vermogen in een fractie van een seconde gebruikt.

en zo ziet het er op de foto uit
en zo ziet het er op de foto uit

Met goede apparatuur zoals een spiegelreflex camera en losse flitsers heb je het voordeel dat je de gevoeligheid voor belichting van de camera zelf kunt aanpassen (diafragma, ISO-waarde, sluitertijd) én het vermogen van de flitser kunt aanpassen. Met een lichtmeter hoef je bovendien niet te gokken op de instellingen van camera en flitster. Werk je echter zonder deze middelen dan zal je dus eerst de nodige tijd moeten besteden aan het uitproberen van diverse lampen en rekening moeten houden met de hoeveelheid daglicht. Biedt deze voldoende licht of juist teveel. Dit is een kwestie van testen. Voor de foto’s rechts die bij de sportschool Back2Basic zijn geschoten zouden alle lampen uit moeten met vervolgens één spotlicht op hoog vermogen. Dat is natuurlijk niet altijd mogelijk, de sportschool was geopend en andere leden vinden het toch prettig om de gewichten te kunnen zien waarmee ze trainen. Dan is werken met een camera die je kunt onderbelichten en een goede flitser veel makkelijker.

Zoek dus een lichtbron met het juiste vermogen die je kan plaatsen boven of naast je onderwerp. Zorg dat deze genoeg vermogen biedt om je onderwerp genoeg te belichten zonder dat de flitser van de camera aanspringt of nodig is. Speel met de plaatsing van je licht totdat de schaduwen zoveel mogelijk contrast en daarmee definitie tonen.

De keren dat ik vroeger met puur geluk een mooie foto maakte waarop m’n fysiek er goed uitkwam, was dat vrijwel altijd in de zomer, buiten met hoogstaande zon. Omdat de zon van boven komt, creëert deze veel schaduw en daarmee contrast.

Belichtingsdriehoek

Beschik je wel over een spiegelreflexcamera en wil je wel eens leren fotograferen zonder de auto-stand, lees dan de volgende wetenswaardigheden over licht in fotografie. Ik begin met de zogenaamde belichtingsdriehoek: ISO, diafragma en sluitertijd. 

Exposure (belichting, vrijstelling aan licht) aanpassen

Hoeveel licht je foto bevat, hangt af van de hoeveelheid licht die op de sensor valt (of film bij analoge camera’s). Een goede camera laat zelf al zien wanneer een beeld onderbelicht wordt zodat je dit kan aanpassen (iso-gevoeligheid omhoog/ sluitertijd langer/ diafragma verder openen).

nick2
lage isowaarde, klein diafragma, om het zo donker mogelijk te maken in de fel verlichte sportschool. De sluitertijd is beperkt tot 1/125 door sync speed. Flitser achter het model voor rimlight/strijklicht

De iso-gevoeligheid verhogen zorgt ervoor dat de camera als het ware meer haalt uit het licht dat op de sensor (of film) valt. Hoe hoger de iso-gevoeligheid echter hoe meer  “ruis” in je foto, of korzeligheid. Een te hoge iso-gevoeligheid zorgt ook voor “wash-out”, waarmee je een soort witte waas krijgt over de foto (zoals Nigeriaanse vrouwen een witte waas over hun gezicht krijgen wanneer ze hun huid bleken). De iso-gevoeligheid wil je daarom zo laag mogelijk houden als de omstandigheden toelaten. Ik verlaag deze vaak expres voor het “low key” effect, of “clair obscur”; een donkere achtergrond met alleen het onderwerp dat verlicht wordt. Dit biedt vaak een dramatisch effect.

Een andere optie is het vergroten van je diafragma (of “aperature” in het Engels), de lensopening die kleiner en groter kan worden en daarmee de hoeveelheid licht die op de sensor valt, kan aanpassen. Een grotere opening (een lager F-getal), zorgt voor meer licht, een kleinere opening (hoger F-getal) zorgt voor minder licht. Het diafragma bepaalt echter ook grotendeels de diepte van je foto. Een grote opening zorgt voor weinig diepte, of “depth-of-field”. Dat is mooi als je de achtergrond wilt laten vervagen. Wil je echter de achtergrond tot in de diepte scherp hebben dan heb je een klein diafragma nodig. Om meer licht binnen te krijgen kan je dus in plaats van je iso-gevoeligheid te verhogen je diafragma vergroten. Dit heeft dus echter ook tot gevolg dat je depth-of-field kleiner wordt terwijl je misschien juist de achtergrond goed in beeld wilde.

De laatste optie is het verlengen van de sluitertijd  (of “shutterspeed” in het Engels), hoe lang het licht op de sensor/film valt. Dit kan langzaam zijn zoals een tiende van een seconde of zelfs enkele seconden lang om veel licht binnen te laten. Iedere beweging in deze tijd zorgt echter voor vervaging van het beeld. Voor landschappen is dit geen probleem als je je camera op een statief zet, maar een levend model kan niet lang perfect stil staan. Als je de sluitertijd erg kort houdt (bijvoorbeeld 2500ste van een seconde, 1/2500) dan is dit zo kort dat je snelle acties kan vastleggen, maar heb je weer meer licht nodig voor de korte tijd waarin dit de sensor raakt. Ook met sluitertijd moet je dus een afweging maken. werk je met flitsers dan heb je bovendien te maken met de zogenaamde sync-speed; de maximale sluitertijd waarbij deze nog goed synchroon loopt met de flitser. Voor mijn camera is dat bijvoorbeeld 1/125 (125e van een seconde). Bij een snellere sluitertijd is de sluiter alweer aan het sluiten wanneer de flitser nog afgaat. Je krijgt dan een zwarte balk in je foto op de plek waar de sluiter al aan het sluiten is.

Uiteindelijk bepaalt het beeld dat jij voor je hebt (in gedachten bedoel ik dan) hoe je dit oplost. Het kan een combinatie zijn van aanpassingen, maar je kan ook prioriteit geven aan één van de zaken (snelheid of diepte bijvoorbeeld) om te bepalen wat je aanpast en wat juist niet.

Wat het oog wel ziet, maar de camera niet. Licht bereik

DSC_9131
Door een flitser te gebruiken, zorgt het tegenlicht van de zon niet voor een te groot contrast, een groter diafragma zorgt voor de vervaagde achtergrond. Minder contrast in gezicht voor “zachter look” passend bij omgeving en thema

Ook dit zal echter niet altijd je probleem verhelpen. Je ogen werken namelijk beter dan je camera. Wat je met je ogen ziet, zal je camera niet altijd vast kunnen leggen zonder deze een beetje te helpen.

Je ogen kunnen namelijk een groter bereik aan licht waarnemen dan camera’s. Je ogen kunnen een licht-bereik aan dat 2 tot 4 keer zo groot is als wat een camera kan vastleggen. Wat betekent dit? Stel ik heb een situatie waarin ik vel licht heb (zoals de zon die in beeld is) én plaatsen waarin vooral donkere tonen zijn zoals de schaduwen van een grot. De lucht is mooi helder blauw en in de grot zie je allerlei interessante schaduwen. De camera krijgt het zelf niet voor elkaar om onderscheid te tonen tussen de heldere tonen in de lucht onderling én de schaduwen in de grot onderling.

Het bereik in licht in de realiteit is groter dan wat de camera aan kan. Nu kan je de camera zodanig belichten dat de schaduwen goed te zien zijn (belichting omhoog via één van de genoemde stappen), maar dan verandert de lucht in één groot wit vak in plaats van dat je onderscheid ziet tussen witte wolken en heldere lucht. De foto is in dat geval overbelicht. Je kan de camera ook onderbelichten. De kleuren in de lucht zijn dan goed, maar dan zie je geen onderscheid meer tussen de schaduwen. De hele grot verandert dan in één zwart gat zonder diepte.Hetzelfde heb je als met vel tegenlicht fotografeert, de zon van achteren die veel feller is dan het gezicht dat volledig in de schaduw valt. Dan kan een mooi effect zijn als je er bewust voor kiest, maar als je iemand gezicht wilt zien, ben je er niet blij mee.

Liselotte van Lieshout
Liselotte van Lieshout

Standaard zullen velen als fotograaf daarom met hun rug naar de zon staan om minder last te hebben van het tegenlicht, maar soms is het juist het tegenlicht dat de situatie zo mooi maakte (een ondergaande zon bijvoorbeeld).

Een makkelijke manier om dit op te lossen is door het licht-bereik in de realiteit kleiner te maken, dus minder verschil tussen de lichtste en donkerste tonen. Dit kan op twee manieren, de lichte delen donkerder maken of de donkere delen lichter. Je kan bijvoorbeeld in de schaduw gaan staan om het felle zonlicht kwijt te raken of een “diffuser scherm” gebruiken, een wit scherm dat het licht doorlaat maar zachter maakt (dit laat je dan iemand vasthouden tussen de felle lichtbron en je model). In de foto hierboven van Liselotte zou het tegenlicht van de zon (dat nu mooi door haar haren schijnt en de contouren van haar lichaam verlicht) te fel zijn ten opzichte van haar gezicht. Door haar  gezicht nu juist lichter te maken met een flitser maak ik het verschil kleiner en kan de hele foto de juiste belichting krijgen.

Goedkoper is werken met een reflector, simpelweg reflecterend materiaal dat vaak wit, zilver of goudkleurig is.

Silvana Joghi. Met rookmachine achter het model met daarachter een flitser met gekleurd filter om rook gewenste kleur te geven
Silvana Joghi. Met rookmachine achter het model met daarachter een flitser met gekleurd filter om rook gewenste kleur te geven

Daarmee weerkaats je bijvoorbeeld het licht van de zon dat van achter komt op de voorkant van je onderwerp. Reflectoren zijn makkelijk, mobiel en goedkoop, maar je hebt minder controle over kwantiteit en kwaliteit van je licht. In principe kan ook iedere vaste lichtbron gebruikt worden, gewoon lampen die je thuis hebt staan. Flitsers beschikken zoals gezegd echter over meer vermogen.

Tot slot heb je ook nog technieken in bijvoorbeeld lightroom of photoshop waarbij je de grote verschillen in lichtsterkte in de realiteit toch goed op de foto krijgt zonder de bovengenoemde ingrepen (High Dynamic Range).

Wordt vervolgd: Voorbereiden op en poseren voor fitness foto’s

In het volgende deel ga ik in op de voorbereidingen die je kunt doen als model voor fitness fotografie en geef ik tips over het poseren.

WEEKAANBIEDINGEN
BODY EN FITSHOP

Over Kenneth Nwosu

Kenneth Nwosu is gecertificeerd fitness-docent, natural bodybuilder en docent Ryukyu Kobujutsu (Japanse Krijgskunst). Als hoofdredacteur van FITsociety schrijft hij uitvoerig over alles met betrekking tot fitness, bodybuilding, voeding en supplementen.

4 reacties

  1. Selma op zegt:

    Mooi verhaal! En dan nu maar
    Eens serieus nadenken over een echte fotoshoot als ik in de cut voor een wedstrijd zit

    • Kenneth Nwosu op zegt:

      Hoi Selma,

      Dat kan natuurlijk altijd. Niet voor niets heb ik het altijd druk rondom wedstrijden:)

      mvgr,
      Kenneth

Plaats een reactie