COACH LOGIN
kinderen vet

Vetcellen voor het leven: Jong gegeten, oud diëten

WEEKAANBIEDINGEN
BODY EN FITSHOP

80% van de kinderen met overgewicht, heeft nog steeds overgewicht als volwassene. Een achterstand in de jeugd wat betreft gewicht, kan later nauwelijks meer ingehaald worden. Het is daarom van belang om vooral de eerste tien jaar van het leven van een kind overgewicht te voorkomen.

Vetcellen

Vetcellen kunnen groter en kleiner worden. Nieuwe vetcellen kunnen ontstaan wanneer de oude hun maximale omvang bereikt hebben, maar zullen niet verdwijnen wanneer je afvalt.

Anders gezegd: Als je door gewichtstoename nieuwe vetcellen ontwikkelt, zul je deze nooit meer kwijtraken. Ze kunnen wel kleiner worden, maar je behoudt altijd de potentie om sneller aan te komen dan toen deze extra vetcellen er nog niet waren. Bovendien worden door deze nieuwe vetcellen vervolgens nog meer nieuwe vetcellen aangemaakt, zelfs wanneer je een streng dieet volgt.

“Aanpak overgewicht kinderen is cruciaal vóór negende jaar”

Zo kopte gisteren een artikel in Metro-nieuws. Het betrof nieuw Duits onderzoek gefinancierd door het Wereld Kanker Onderzoek Fonds (WKOF) dat vandaag wordt gepubliceerd [1]. Dit onderzoek toont aan dat beperking van overwicht onder jonge kinderen van belang is om overgewicht op latere leeftijd te voorkomen. Echt verrassend is deze boodschap niet. Ik was vooral benieuwd naar de reden die uit het Duitse onderzoek zou blijken en heb dan ook contact opgenomen met het WKOF met de vraag waar het onderzoek gepubliceerd zou worden. Vrijwel direct kreeg ik een reactie met de link naar het onderzoek [1]. Hier zal ik zo verder op ingaan.

“Extra Vetcellen verdwijnen niet”

Dat extra aangemaakte vetcellen niet meer verdwijnen, is reeds langer bekend. Ik zeg wel eens:

“Fat as a teen, you’ll never be lean”

Eigenlijk zeg ik het net voor het eerst, maar goed. Het punt is dat als je dik bent in je kindertijd, het vele malen moeilijker wordt om als volwassene slank te zijn.

Lichaamsvet kan op twee manieren toenemen en zo zorgen voor overgewicht [2,3,4]:

  • Bestaande vetcellen worden groter (hypertrofie)
  • Er ontstaan nieuwe vetcellen (hyperplasie)

Wanneer er veel voeding binnen komt, meer dan er verbruikt wordt, dan wordt een deel van de gegeten calorieën omgezet in lichaamsvet. De vetcellen die deze energie opslaan, zorgen zo voor een reserve voor wanneer er onvoldoende voeding binnenkomt. Er is echter een maximum aan de hoeveelheid vet die deze cellen kunnen bevatten. Wanneer deze geheel verzadigd zijn en er nog steeds meer wordt gegeten dan verbruikt dan lost het lichaam dit op door extra vetcellen aan te maken [3].

Hier komt echter het grote probleem: Wanneer er vervolgens wordt afgevallen, nemen de vetcellen wel af in omvang, maar niet in aantal. Met andere woorden: De extra vetcellen verdwijnen niet meer. Wil je dit lichaamsvet kwijtraken: je behoudt dus altijd de potentie tot extra lichaamsvet. Reeds in 1978 zagen onderzoekers dit in ratten die eerst teveel eten kregen waardoor vetcellen groter werden én in aantal toenamen. Toen ze vervolgens minder te eten kregen, namen de vetcellen af in omvang, maar niet in aantal.

Reintroduction of an ordinary chow diet to such animals precipitated a period of weight loss during which only mean adipocyte size returned to normal*. Adipocyte number remained at the elevated level achieved during the period of weight gain. Thus, transient dietary obesity in rats results in a persistent obesity of a purely hyperplastic, nonhypertrophic form.

-Faust, Rockefeller University, New York

Vooral die laatste zin moeten we even laten bezinken.

*Adipocyte=vetcel

“Jong gegeten, oud diëten”

Ik verzin ze ter plekke, maar deze uitdrukkingen vatten het probleem denk ik goed samen. De onderzoekers uit New York zagen dat wanneer de ratten die eerst teveel eten hadden gekregen en later weer een normaal dieet kregen, toch dikker bleven dan de ratten die alleen het normale dieet hadden gekregen [3]. De “dikke ratten” hadden nog steeds aanhoudend (gematigd) overgewicht dat niet veroorzaakt werd door de grootte van de vetcellen, maar alleen door het aantal.

Thus, transient dietary obesity in rats results in a persistent obesity of a purely hyperplastic, nonhypertrophic form…

In any case, a rat made obese by dietary means and then returned to a standard laboratory chow diet is morphologically different from a rat that has never experienced dietary obesity. It is moderately obese, and’ its obesity is a purely hyperplastic, nonhypertrophic form…

-Faust, Rockefeller University, New York

“Morphologically different” je lichaamstype wordt dus aangepast. Kon je normaal gesproken behoorlijk wat eten zonder dat dit invloed had op je uiterlijk, nu leidt dezelfde hoeveelheid voeding ervoor dat je dagelijks aankomt. Zo kan het zijn dat overgewicht tijdens de jeugd de rest van het leven ervoor zorgt dat je dikker bent dan gewenst of er meer moeite voor moet doen dan anderen om overgewicht te voorkomen.

Onderzoek van de Universiteit van Birmingham heeft bijvoorbeeld aangetoond dat 80% van de mensen die als kind overgewicht hadden dit als volwassenen nog steeds hebben[5]! En van de resterende 20% mag je je afvragen hoeveel extra moeite die hiervoor hebben moeten doen. Het is zeer waarschijnlijk dat deze dagelijks moeten letten op hun voeding en aan beweging moeten doen om even slank te zijn als een ander die hier helemaal niet op hoeft te letten.

“Overgewicht? Bedankt pappa en mamma”

Alleen al om deze reden heb ik vaak geroepen dat ouders die niet ingrijpen wanneer hun kind te zwaar wordt (of beter nog, dit voorkomen) de rest van hun kinds leven een stuk onaangenamer maken.

Geen sixpack omdat mamma het niet nodig vond om een keer iets anders voor te schotelen dan patat met een kroket, frikandel of wat er dan ook in de vriezer lag en in de frituur gesmeten kon worden. Tot je dood op je voeding blijven letten omdat pappa het makkelijker vond om dagelijks een pizza in de oven te gooien en zelfs die ene keer in de week teveel vond om langs een sportveld te staan.

Het is voor ouders belangrijk om te beseffen welke impact de voeding en beweging hebben op jonge kinderen en dat zij dit de rest van hun leven mee zullen dragen. Zelfs al weten ze zich later los te trekken van de slechte invloed van hun ouders door goed te eten en veel te bewegen, zullen ze hiermee altijd een minder positief resultaat boeken dan wanneer hun ouders hier al mee waren begonnen.

“Ach, ik was vroeger ook dik”

Ik ken in mijn nabije omgeving ouders die zich hieraan schuldig maken. In één geval een alleenstaande moeders die zelf behoorlijk wat overgewicht meedraagt. Aangetrouwde familie dus ik zie haar en haar dochter regelmatig op verjaardagen. Ok, het zijn Surinaamse verjaardagen die traditioneel vooral om eten draaien, maar het geeft toch een inkijkje in hun voedingsgewoonten. Waar ik, een man van iets meer dan 80 kilo, genoeg heb aan één portie bami of nasi zie ik er bij de 6-jarige dochter drie porties doorheen gaan.

Als je dan eens heel voorzichtig het gewicht van haar dochter als onderwerp opgooit, krijg je echter te horen: “Ja, maar dat zit gewoon in de genen. Kijk maar naar mij”. Gegeven het feit ik geen enkele poging tot voedselrestrictie zie of pogingen tot sporten, maar juist het tegenovergestelde daarvan wil dit er bij mij niet in. Als je van mening bent dat je kind een genetische achterstand heeft wat betreft vetopslag (en dat is zeker mogelijk) dan doe je er toch juist alles aan om de omstandigheden te creëren die leiden tot zo min mogelijk overgewicht?

Ik zie het dan ook als een excuus. Een rechtvaardiging voor het feit dat de moeder zelf overgewicht heeft (“want mijn dochter heeft het ook dus het licht aan de genen”) en/of een  rechtvaardiging voor het feit dat de dochter te zwaar is (“want ik ben het ook dus het ligt aan de genen”).

Toegegeven, als je zelf nooit gezond hebt leren eten of hebt leren sporten als normaal onderdeel van je wekelijkse tijdsbesteding dan wordt het moeilijk dit aan je kind uit te leggen. Het is jezelf immers ook nooit gelukt én je geeft zelf niet het juiste voorbeeld. Weet als dergelijke ouder echter in ieder geval welke impact dit heeft op het leven van je kind. Zie het niet als een verloren strijd door een genetische achterstand, maar juist als nog grotere noodzaak om het belang van goede voeding en beweging aan je kind te leren.

Onderzoek Wereld Kanker Onderzoek Fonds

Het Duitse onderzoek waaraan gisteren werd verwezen in Metro Nieuws maakte gebruik van de zogenaamde cohort studie “DONALD” (Dortmund Nutritional and Anthropometric Longitudinally Designed) waarbij sinds 1985 ruim 1400 kinderen zijn gevolgd op het gebied van voeding, metabolisme en groei van vroege kindertijd tot jonge volwassenheid [6].

In de vastgelegde data hierover hopen onderzoekers verbanden aan te kunnen tonen die bepaalde inzichten moeten opleveren. Voor het onderzoek uit Duitsland werd gekeken naar het verband tussen toename in gewicht tijdens de jeugd met toenames in gewicht tijdens volwassenheid [1]. Hiervoor werd de data gebruikt van 277 mannen en 271 vrouwen. De onderzoekers zagen dat er een verband was in de toename in gewicht in de leeftijd 0-2 en later tijdens de vroege volwassenheid.  Dit verband was echter aanzienlijk groter tussen de leeftijd 3-10 enerzijds en volwassenheid anderzijds, maar ook in iets mindere mate  tussen pubertijd (9-15 jaar) en jonge volwassenheid. Vooral wanneer men tussen het derde en tiende levensjaar met overgewicht kampt, is de kans groot dat dit tijdens de volwassenheid ook het geval zal zijn.

Dat de Duitsers niet de eerste zijn die dit verband leggen, blijkt uit de andere bronnen waar ze zelf naar verwijzen [8 tm 13] en o.a. het onderzoek uit Birmingham [5] waaruit bleek dat je 80% kans hebt om overgewicht te houden. Heel veel nieuws vertelt het onderzoek dan ook niet. Het is wel een extra bevestiging.

0 – 9 jaar belangrijke leeftijd in ontwikkeling vetcellen

Zweedse onderzoekers zagen dat per jaar ongeveer 10% van alle vetcellen wordt vervangen [7]. Oude cellen die afstierven, werden vervangen door nieuwe. Hierbij maakte het niet uit of er reeds extra vetcellen waren door hyperplasie uit eerder overgewicht of niet. Zowel bij slanke mannen als mannen met overgewicht bleef het aantal vetcellen gelijk. Het lichaam heeft dus een sterk regulerend proces als het gaat om behoud van (ook eerder aangemaakte) vetcellen. Zelfs na liposuctie resteert hetzelfde aantal vetcellen omdat deze weer snel worden aangemaakt om op het oude aantal uit te komen.

Het is van belang om te voorkomen dat een kind reeds in de eerste tien jaar overgewicht krijgt omdat (ook onder normale omstandigheden) juist in deze periode de meeste nieuwe vetcellen worden aangemaakt [7,14]

The number of fat cells did not begin to increase until the end of the first year of life, maintaining a continuous increase until 9 years of age.

-F.J. Soriguer Escofet, Carlos Haya Regional Hospital

“Meer vetcellen zorgt voor productie van nog meer vetcellen”

Alsof dat nog niet genoeg is om overgewicht op jonge leeftijd te willen voorkomen: Het blijkt dat als er reeds meer vetcellen zijn door hyperplasie, er nog sneller nieuwe vetcellen worden aangemaakt dan wanneer dit niet het geval is [15].

Zweedse onderzoekers vergeleken een groep van 8-jarige meisjes met groot overgewicht met een controlegroep bestaande uit meisjes met een “normaal” gewicht. Bij overgewicht moet je denken aan een gemiddeld gewicht van iets meer dan 43 kilo bij een gemiddelde lengte van 134 cm, ten opzichte van iets meer dan 25 kilo bij een gemiddelde lengte van 131 in de “normale” groep. Dat is een verschil van ruim 50%. Ongeveer een derde van de meiden met overgewicht had dit al voor het tweede levensjaar. Deze hadden op latere leeftijd ook meer overgewicht dan de anderen die na hun tweede jaar overgewicht ontwikkelden.

Bij aanvang bleken de meiden met overgewicht twee keer zoveel vetcellen te hebben als de meiden uit de controlegroep.

De meiden met overgewicht kregen 1,5 jaar lang een aangepast dieet (zo’n 1200 kcal per dag) en instructies met betrekking tot bewegen en sporten. Iedere maand werd de progressie bekeken. Na 1,5 jaar waren de meiden met overgewicht gemiddeld afgevallen van 43 kilo naar 37,5 kilo. Nog steeds veel zwaarder dan de controlegroep, maar het verschil werd in ieder geval kleiner.

De afname in gewicht was in verhouding tot de afname van grootte van de vetcellen waarmee er dus een (logisch) verband was. Maar nu komt het: Terwijl het aantal vetcellen in de controlegroep gelijk was gebleven, nam deze toe bij 11 van de 17 meisjes in de groep die aan het afvallen was. Ondanks dus dat er een dieet werd gevolgd dat succesvol leidde tot gewichtsverlies, nam het aantal vetcellen nog steeds toe. Bij de meisjes bij wie deze toename het grootst was, was het gewichtsverlies het kleinst. De toename in vetcellen maakt het afvallen dus extra moeilijk.

Fat cell number was unchanged in the reference group while the obese girls in spite of treatment increased their cell number significantly…

the major part of the obese girls (1 1/1 7) increased their fat cel number, and those who were least sucesful in reducing body fat had the highest increase in cel number.

-A. Häger, Linkoping University

Denk weer even aan het onderzoek van Faust uit New York waaruit bleek dat het toegenomen aantal vetcellen zelf zorgt voor overgewicht ondanks het feit dat ze kleiner zijn geworden. Je kan je waarschijnlijk voorstellen dat ook als het onderzoek vier jaar langer zou duren de meiden uit de groep met overgewicht nog steeds zwaarder zullen zijn dan de controlegroep, puur door het aantal vetcellen. Zodra ze stoppen met het dieet zullen ze bovendien extra snel aankomen.

Conclusie: “Wat er niet op komt, hoeft er niet af”

De conclusie is dus simpel: Zorg dat je nooit overgewicht krijgt om te voorkomen dat je je rest van je leven bezig bent er weer vanaf te komen. Helaas geldt hierbij dat we ons gewicht zelf vaak pas echt belangrijk gaan vinden wanneer de belangrijkste periode om hier invloed op uit te oefenen al verstreken is. Kwam je er op de basisschool nog mee weg, blijkt de middelbare school opeens een hel met allemaal duiveltjes die dagelijks nieuwe creatieve manieren vinden om je op je overgewicht te wijzen.

Er ligt dus een zeer belangrijke taak bij de ouders om hun kinderen succesvol door de eerdere jaren te begeleiden als het gaat om voeding en beweging. Natuurlijk hebben niet alle ouders verstand van voeding en beweging anders hadden ze deze aansporing niet nodig. Gelukkig voor hen zijn er altijd nog sites als Fitsociety om ze daarbij te helpen. Gebrek aan kennis is dus nooit een excuus!

Referenties:

  1. Cheng G, Bolzenius K, Joslowski G, Günther AL, Kroke A, Heinrich J, Buyken AE. Velocities of weight, height and fat mass gain during potentially critical periods of growth are decisive for adult body composition. Eur J Clin Nutr. 2014 Jul 9.
  2. Krotkiewski M, Bjorntorp P, Sjostrom L, Smith U. Impact of obesity on metabolism in men and women. Importance of regional adipose tissue distribution. J Clin Invest. 1983;72:1150–1162.
  3. Arner E, Westermark PO, Spalding KL, Britton T, Ryden M, et al. Adipocyte turnover: relevance to human adipose tissue morphology. Diabetes. 2010;59:105–109.
  4. Faust IM, Johnson PR, Stern JS, Hirsch J. Diet-induced adipocyte number increase in adult rats: a new model of obesity. Am J Physiol. 1978 Sep;235(3):E279-86. PubMed PMID: 696822.
  5. LOYD, J. K., 0. H. WOLF AND W. S. WHELEN. Childhod obesity: a long-term study of height and weight. Brit. Med. J. 2: 145, 1961.
  6. Buyken AE, Alexy U, Kersting M, Remer T. [The DONALD cohort. An updated overview on 25 years of research based on the Dortmund Nutritional and Anthropometric Longitudinally Designed study]. Bundesgesundheitsblatt Gesundheitsforschung Gesundheitsschutz. 2012 Jun;55(6-7):875-84.
  7. Spalding KL, Arner E, Westermark PO, Bernard S, Buchholz BA, Bergmann O, Blomqvist L, Hoffstedt J, Näslund E, Britton T, Concha H, Hassan M, Rydén M, Frisén J, Arner PDynamics of fat cell turnover in humans.Nature. 2008 Jun 5; 453(7196):783-7.
  8. McCarthy A, Hughes R, Tilling K, Davies D, Smith GD, Ben-Shlomo Y. Birth weight;postnatal, infant, and childhood growth; and obesity in young adulthood: evidence from the Barry Caerphilly Growth Study. Am J Clin Nutr 2007; 86:907–913.
  9. Ekelund U, Ong K, Linne Y, Neovius M, Brage S, Dunger DB et al. Upward weight percentile crossing in infancy and early childhood independently predicts fat mass in young adults: the Stockholm Weight Development Study (SWEDES). Am J Clin Nutr 2006; 83: 324–330.
  10. Stettler N, Kumanyika SK, Katz SH, Zemel BS, Stallings VA. Rapid weight gain during infancy and obesity in young adulthood in a cohort of African Americans. Am J Clin Nutr 2003; 77: 1374–1378.
  11. Stettler N, Stallings VA, Troxel AB, Zhao J, Schinnar R, Nelson SE et al. Weight gain in the first week of life and overweight in adulthood: a cohort study of European American subjects fed infant formula. Circulation 2005; 111: 1897–1903.
  12. Euser AM, Finken MJ, Keijzer-Veen MG, Hille ET, Wit JM, Dekker FW et al.Associations between prenatal and infancy weight gain and BMI, fat mass, and fat distribution in young adulthood: a prospective cohort study in males and females born very preterm. Am J Clin Nutr 2005; 81: 480–487.
  13. Karaolis-Danckert N, Buyken AE, Bolzenius K, Perim de Faria C, Lentze MJ, Kroke A. Rapid growth among term children whose birth weight was appropriate for gestational age has a longer lasting effect on body fat percentage than on body mass index. Am J Clin Nutr 2006; 84: 1449–1455.
  14. Soriguer Escofet FJ, Esteva de Antonio I, Tinahones FJ, Pareja A. Adipose tissue fatty acids and size and number of fat cells from birth to 9 years of age–a cross-sectional study in 96 boys. Metabolism. 1996 Nov;45(11):1395-401.PubMed PMID: 8931645.
  15. Häger A, Sjörström L, Arvidsson B, Björntorp P, Smith U. Adipose tissue cellularity in obese school girls before and after dietary treatment. Am J Clin Nutr. 1978 Jan;31(1):68-75.
WEEKAANBIEDINGEN
BODY EN FITSHOP

Over Kenneth Nwosu

Kenneth Nwosu is gecertificeerd fitness-docent, natural bodybuilder en docent Ryukyu Kobujutsu (Japanse Krijgskunst). Als hoofdredacteur van FITsociety schrijft hij uitvoerig over alles met betrekking tot fitness, bodybuilding, voeding en supplementen.

7 reacties

  1. hanneke op zegt:

    Beste Kenneth,

    Bedankt voor dit informatieve artikel. Ik heb een vraag hierover: ik ben zelf ooit een stuk dikker geweest en heb nu dankzij sporten en gezond eten een goed gewicht. Echter is mijn vetpercentage nog wel heel hoog. Een voedingscoach vertelde mij dat dit komt omdat ik ooit dikker was, geschommeld heb met mijn gewicht en dus meer vetcellen heb. Daardoor zal mijn vetpercentage ook altijd hoger zijn.
    Klopt dit?

    Alvast bedankt!

    • Kenneth op zegt:

      Beste Hanneke,

      Bedankt voor je reactie. Helaas is dat inderdaad de strekking van de diverse onderzoeken. Je behoort dus waarschijnlijk tot die 20% die het ondanks overgewicht in de jeugd later toch tot een goed gewicht is gekomen. Daar mag je extra trots op zijn omdat je dus wat hoeveelheid vetcellen betreft de wind tegen hebt. Keerzijde is helaas dat je er altijd meer moeite voor zal moeten doen dan een ander om op dit gewicht te blijven of om nog meer lichaamsvet kwijt te raken. Het is dus wel mogelijk tot een lager vetpercentage te komen, maar je zal er helaas meer voor over moeten hebben dan een ander die altijd slank is geweest.

      Het is dan uiteindelijk aan jou wat je hiervoor over hebt (en wat op een leuke manier vol te houden is) en wanneer je tevreden bent.

      Succes in ieder geval!

  2. Beetje jammer dat er onder het in grote lijnen prima artikel een verwijzing staat naar de Schijf van Vijf. Deze schijf promoot nog steeds de veel te veel (snelle) suikers/koolhydraten bevattende aardappelen, brood en pasta. Deze snelle suikers (die ook voorkomen in héél veel bewerkte en kant-en-klare producten uit de supermarkt) zorgen voor een hoge insulineproductie. De insuline zorgt er in principe voor dat de suikers naar de spiercellen gaan om daar als energiebron verbrand te wordt, maar zorgt er óók voor dat de suikers die je niet meteen nodig hebt, worden opgeslagen als vet. Insuline is dus een vetopslaghormoon!!! Beperk/vermijd dus alle producten met dit soort koolhydraten en snelle suikers, in het bijzonder producten met als toevoeging glucose-fructosestroop oid. Overigens: de zoetstoffen in lightproducten geven ook een signaal aan het lichaam om insuline te produceren, dus deze zorgen ook onbedoeld voor extra vetopslag. Vermijden dus!!

  3. Beste kenneth,

    Bedankt voor je reactie. Sporten gaat me makkelijk af, hier heb ik bijna altijd motivatie voor. Daardoor gaat gezond eten ook makkelijker. Heb je echter nog tips hoe ik dan toch effectief mijn vetpercentage naar beneden kan brengen? Mijn doel is namelijk niet om meer gewicht te verliezen maar wel om gezonder te worden.
    Alvast bedankt!
    Groeten
    Hanneke

  4. Artikel helder en duidelijk gestructureerd, echter niet helemaal kloppend.
    Vetcellen kunnen wel degelijk ‘verdwijnen’

    Volledig gedifferentieerde vetcellen kunnen de-differentiëren tot pre-adipocyten en vervolgens in een andere richting re-differentiëren tot osteoblasten of macrofagen. Vooral deze laatste bevinding doet vermoeden dat vetweefsel een bron van stamcellen voor diverse andere celtypen zou kunnen zijn.

    Referentie: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC138633/

    Ik wil niet de suggestie doen dat al die vetcellen nu vast wel in osteoblasten en macrofagen zullen veranderen, maar gewoon een klein puntje van kritiek! 😉

    • Kenneth Nwosu op zegt:

      Hoi Kelly,

      Bedankt voor je reactie. Ik zal het onderzoek doornemen en daar waar nodig verwerken in het artikel.

      mvgr,
      Kenneth

Plaats een reactie