Trainen geeft goede eigenschappen aan ‘slechte’ vetmassa

Met trainen zorg je niet alleen voor minder vetmassa of meer spiermassa. Training blijkt ook het vet zelf te veranderen waardoor het metabolisme verbeterd kan worden.

Trainen en vetmassa

Als we denken aan trainen en vetmassa dan zijn we vaak op een paar positieve effecten gericht.

Zo kunnen we proberen de energiebalans te verbeteren. Door meer te bewegen en daardoor meer energie te verbruiken, kan je bijvoorbeeld proberen om gewicht kwijt te raken. Zorgen dat je minder energie binnenkrijgt, is door aanpassingen in je dieet is natuurlijk de andere optie.

Trainen zorgt ook voor meer spiermassa. Veel onderzoeken zijn gericht op de positieve effecten van meer spiermassa. Denk aan een hoger energieverbruik in rust, maar ook een verhoogde gevoeligheid voor glucose. Spieren zijn een grootgebruiker van glucose. Een hogere capaciteit om glucose op te nemen in spiermassa verlaagt de kans op diabetes en verlaagt ook de hoeveelheid glucose die wordt opgeslagen in vetcellen.

We zullen op deze blog al tientallen artikelen hebben geschreven over deze onderzoeken, maar ook over de onderzoeken naar de effecten van vetverbranding door training. Dat is immers waar de wetenschap zich vooral op richt als het kijkt naar de effecten van training. Een hogere vetmassa wordt immers gekoppeld aan meerdere nadelen voor de gezondheid.

Nieuw onderzoek laat echter zien dat training ook een positief effect heeft op eigenschappen van de vetcel zelf. Je traint dus niet alleen voor minder vetmassa en/of meer spiermassa, je traint ook om de vetmassa zelf minder ongezond te maken.

Schadelijke en positieve eiwitten afgegeven door vetcellen

Een deel van de ongezonde effecten van een hoge vetmassa kan worden toegeschreven aan adipokines. Vetcellen zijn namelijk niet slechts een reservetank van brandstof. Vet is een orgaan dat communiceert met de hersenen en omliggende organen. Deze communicatie gebeurt aan de hand van eiwitten die door de vetcellen kunnen worden afgegeven, zogenaamde adipokines. Bij verhoging van vetmassa zien we ook verhoging van de hoeveelheid adipokines  en helaas worden aan die eiwitten veel nadelige effecten toegeschreven. Eén van de grote problemen bij overgewicht is dat het lichaam in een constante staat van ontsteking wordt geplaatst. Het overgrote deel van de adipokines werkt ontsteking bevorderend [1].  Er zijn echter ook een paar adipokines gevonden die juist ontstekingsremmend werken.

Onderzoekers identificeren steeds meer verschillende soorten adipokines. Eén van deze eiwitten die veel aandacht krijgt, is adiponectine. Dit eiwit is aangewezen als een belangrijke speler bij obesitas, insulineresistentie, diabetes en hart- en vaatziekten [2,3]. Adiponectine verhoogt de gevoeligheid voor insuline en verlaagt dus de kans op diabetes. Helaas zijn de niveau’s adiponectine verlaagd bij overgewicht.

Een, voor de meesten, bekender voorbeeld van zo’n eiwit afgegeven door vetcellen is leptine, ook wel bekend als een ‘honger hormoon’. Leptine kan je zien als de meter die aangeeft hoeveel benzine er nog in je auto zit. Lagere niveau’s geven een legere tank aan, hogere niveau’s een voller tank. Zo geeft het eiwit informatie aan de hersenen door en beïnvloedt daarmee de eetlust. Toediening van leptine in muizen zorgt dan ook dat ze veel minder gaan eten. In mensen is dat helaas minder effectief.

Training en adipokines

Onderzoekers van het Joslin Diabetes Center hebben recent een ander adipokine ontdekt dat net als leptine juist positieve eigenschappen heeft [4]. Twee jaar geleden waren de onderzoekers de eersten die aantoonden dat vetmassa gunstige effecten op het metabolisme kan hebben in reactie op training.

De onderzoekers verrichten experimenten met zowel mensen als muizen. Ze ontdekten dat trainen voor grote veranderingen zorgden in de vetcellen. Dit “getrainde” vet zorgde voor de afgifte van de adipokine growth factor beta 2 (TGF-beta 2) in de bloedsomloop.

In contrast to the negative effects of many adipokines, our study identified transforming growth factor beta 2 (TGF-beta 2) as an adipokine released from adipose tissue (fat) in response to exercise that actually improves glucose tolerance.

-Laurie J. Goodyear, Joslin Diabetes Center

Deze afgifte van TGF-beta 2 door training zorgde naast een verbeterde tolerantie voor glucose ook voor een verlaging van de hoeveelheid vetzuren in de bloedcirculatie. Het feit dat een enkel eiwit deze en andere positieve effecten had op het metabolisme zien de onderzoekers dan ook als veelbelovend.

Our hypothesis was that exercise is changing the fat, and as a result of that change, the fat releases these beneficial proteins into the bloodstream. Before this discovery, we always just focused on the positive effects of muscle.

“Goed vet”

Waar veel wetenschappers zich verdiepen in bruin en beige vet gingen de onderzoekers van Joslin op zoek goede eigenschappen van ‘het slechte’ witte vet onder invloed van training. Ze keken hiervoor naar de niveau’s van adipokines in mensen en muizen voor en na een trainingscyclus.

Uit hun analyse konden ze TGF-beta 2 identificeren als een van de eiwitten die in hogere mate werd afgegeven door de vetcellen in reactie op training. Vervolgonderzoek bevestigde dat deze adipokine na training verhoogd werd, zowel in het vetweefsel zelf als in de bloedcirculatie.

De volgende stap was te kijken naar de effecten van TGF-beta 2. Hiervoor behandelden ze muizen met dit eiwit. In plaats van ze te laten trainen, verhoogden ze de niveau’s van dit eiwit dus door dit zelf toe te dienen. Het experiment toonde meerdere positieve effecten aan waaronder een verbeterde glucosetolerantie en een verhoogde opname van vetzuren.

Vervolgens plaatsten ze muizen op een dieet hoog in vetten met de ontwikkeling van diabetes als gevolgd. Deze muizen met diabetes dienden ze TGF-beta 2 toe. Dit draaide de negatieve effecten van het vette dieet terug, vergelijkbaar met het effect van trainen.

Hiermee is dit het eerste onderzoek dat aantoont dat door training adipokines kunnen vrijkomen met positieve effecten op het metabolisme.

Lactaaat bleek overigens een belangrijke rol te spelen. Afgegeven door de spieren tijdens training reist het via de bloedsomloop naar vetcellen waar het de afgifte van TGF-beta 2 aanstuurt.

Waarom is dit belangrijk?

Verdere studies naar de veiligheid van (toediening van) TGF-beta 2 moeten uitwijzen in hoeverre dit eiwit in de toekomst als medicatie kan helpen in de strijd tegen diabetes en andere ziektebeelden veroorzaakt door het metabolisme. Maar ook als je ‘op eigen kracht’ aan je gezondheid wilt werken, kan deze kennis motiverend zijn

Als je alleen vetverbranding of extra spiermassa als doel ziet dan kan het onterecht lijken alsof je niets bereikt hebt wanneer je hierin nog geen verschil ziet. De kennis dat je je vetmassa misschien niet verkleind hebt, maar wel minder ongezond hebt gemaakt, kan dan voorkomen dat je het bijltje erbij neergooit.

Referenties:

  1. Ouchi N, Parker JL, Lugus JJ, Walsh K. Adipokines in inflammation and metabolic disease. Nat Rev Immunol. 2011;11(2):85-97.
  2. huderf.be/nl/edu/diabeto/pdf/perc-vetweefsel.pdf
  3. Rabe K, Lehrke M, Parhofer KG, Broedl UC. Adipokines and insulin resistance. Mol Med. 2008;14(11-12):741-51.
  4. Takahashi et al. TGF-B2 is an Exercise-Induced Adipokine that Regulates Glucose and Fatty Acid Metabolism. Nature Metabolism, 2019 DOI: 10.1038/s42255-018-0030-7

Over Kenneth Nwosu

Kenneth Nwosu is gediplomeerd fitness trainer en hoofdredacteur van FITsociety. Hij schrijft uitvoerig over alles met betrekking tot fitness, krachttraining, afvallen, voeding en voedingssupplementen. Als fitness fotograaf heeft hij honderden fitness fanaten in hun beste shape vastgelegd.

Plaats een reactie