• Home
  • >
  • Blog
  • >
  • Zakelijk
  • >
  • Fysiotherapie in 2026: van “fixen” naar blessurebestendig trainen
Fysiotherapie in 2026: van “fixen” naar blessurebestendig trainen

Fysiotherapie in 2026: van “fixen” naar blessurebestendig trainen

Geschreven door Redactie FITsociety

Geschatte leestijd: 5 minutenVeel sporters zien fysiotherapie nog steeds als iets wat je doet als het misgaat: je hebt pijn, je gaat langs, en iemand “maakt het weer goed”. Dat beeld is achterhaald. Anno 2026 levert je de grootste winst juist op vóórdat je geblesseerd raakt: slimmer trainen, je belastbaarheid opbouwen, en begrijpen wat jouw lijf nodig heeft om consistent te blijven sporten.

Die verschuiving is niet alleen een “trend”; hij is logisch én evidence-based. Sterker nog: bij veel klachten (denk aan lage rugpijn, peesklachten of terugkerende overbelasting) zijn geruststelling, actief herstel en zelfmanagement vaak de basis van de beste aanpak. Zie bijvoorbeeld dit overzicht in JAMA Network Open: JAMA Network Open – low back pain care & self-management.

In dit artikel: wat die moderne aanpak inhoudt, wat onderzoek zegt over blessurepreventie, en hoe je dat praktisch toepast als sporter (of je nu aan krachttraining doet, hardloopt, voetbalt of CrossFit). Inclusief: hoe een praktijk als Fysio Moov dit vertaalt naar een concreet traject.

Waarom “meer behandelen” niet hetzelfde is als “beter worden”

Behandelen is soms nodig. Maar behandelen alleen is zelden genoeg als je doel is:

  • blessures voorkomen in plaats van telkens terugkomen met dezelfde klacht
  • zelfredzaam worden (weten wat je moet doen als iets opspeelt)
  • duurzaam presteren (progressie zonder maandenlange terugvallen)

Dat is precies waarom moderne richtlijnen en fysiotherapie meer nadruk leggen op actieve interventies en leren managen van klachten, in plaats van alleen passieve oplossingen. Bij chronische lage rugpijn worden zelfmanagement en geruststelling bijvoorbeeld vaak als belangrijke eerste stappen genoemd (zie JAMA-link hierboven).

Wat werkt wél voor blessurepreventie (en wat vooral tijd kost)

1) Krachttraining is niet alleen voor spiermassa, maar ook voor “blessurebuffer”

Als je sport, is krachttraining in veel gevallen letterlijk een blessureverzekering: je maakt je weefsels (spieren/pezen) en je bewegingspatronen sterker, waardoor dezelfde training minder “duur” wordt voor je lichaam.

Een grote meta-analyse vond dat krachttraining sportblessures sterk kan verminderen en overbelastingsblessures bijna kan halveren: Lauersen et al. (2014) – Strength training & injury prevention. Er is ook bewijs dat preventie met krachttraining dose-dependent is (meer goed gedoseerd volume hangt samen met extra risicoreductie): Lauersen et al. (2018) – Dose-response.

Praktisch: als je structureel sport, is “2–3 keer per week iets van kracht” geen luxe, maar fundament.

2) Stretching als blessurepreventie is overschat

Stretching kan nuttig zijn (bijvoorbeeld voor flexibiliteit of comfort), maar als je primair stretcht om blessures te voorkomen, is dat meestal niet de slimste investering. In dezelfde meta-analyse werd geen consistent preventief effect van stretching gevonden (zie Lauersen 2014 hierboven).

Wel nuttig om te lezen (intern): Stretchen: goed of slecht?

3) “Slimme warming-up” is meer dan 5 minuten fietsen

Een warm lijf is prima. Maar blessurepreventie komt vooral uit een warming-up die ook coördinatie, kracht, balans en landing meeneemt. Denk aan neuromusculaire warm-ups zoals de FIFA 11+ (ook buiten voetbal bruikbaar als principe).

Een recente meta-analyse liet zien dat de FIFA 11+ aanpak de incidentie van enkelblessures bij voetballers kan verlagen: FIFA 11+ meta-analyse (PMC).

Voor krachttraining vertaalt dat zich naar: 5–10 min “algemeen warm” + 5 min specifiek (lichte sets van de oefening, controle, tempo, ROM).

4) Belasting managen is belangrijk, maar er is geen magische “10%-regel”

Je hoort vaak: “verhoog je trainingsvolume nooit meer dan 10% per week”. Klinkt lekker simpel, maar het bewijs is niet zo hard als mensen denken.

Een systematische review bij hardlopers concludeerde dat er zeer beperkte evidence is dat plotselinge veranderingen in trainingsbelasting samenhangen met meer blessures, en vond expliciet geen bewijs voor de 10%-regel als gouden standaard: Damsted et al. – load changes & running injuries (PMC).

De volwassen versie: vermijd domme sprongen, maar doseer op basis van herstel, eerdere belasting, slaap/stress, en klachtenrespons.

Zelfredzaamheid: trainen met een “plan B” als je lijf signalen geeft

Zelfredzaamheid is niet “je eigen fysiotherapeut spelen”. Het is:

  • weten wat normaal is (spierpijn, vermoeidheid)
  • herkennen wat een waarschuwing is (pijn die oploopt, ochtendstijfheid, functieverlies)
  • een simpele set regels hebben om je training aan te passen zonder meteen stil te vallen

Bij peesklachten is dat bijvoorbeeld heel concreet uitgewerkt in de literatuur: oefenen is vaak de basis, met load management en pijn-monitoring. Een klinisch overzicht over achillespeestendinopathie benadrukt oefenrevalidatie, educatie en load management: Silbernagel et al. – Achilles tendinopathy (PMC).

Wil je het praktisch houden? Gebruik dit als simpele regels:

  • 0–3/10 pijn tijdens training: meestal oké
  • pijn die de volgende ochtend duidelijk erger is: training was te veel → schaal terug
  • trend over weken: als het elke week erger wordt, ben je geen “doorzetter” maar bouw je een blessure

De “2026-aanpak” in 7 concrete stappen voor FITsociety-lezers

1) Train op capaciteit, niet op perfectie

Doel: sterker worden in de basispatronen. Denk aan:

  • squat/leg press patroon
  • hinge (RDL/deadlift-variant)
  • push/pull (bench/row/pull-up-varianten)
  • single-leg (split squat/lunge)
  • kuiten + heupabductie (saai, maar vaak goud)

Als je schouders vaak zeuren: Schouders trainen (stabiliserende spieren).

2) Maak je warming-up specifiek

Voor krachttraining: 5 min algemeen warm (roeier/bike) + 2–4 opbouwsets per hoofd-oefening (licht → werkgewicht) + tempo/controle > ego.

Voor veldsport/HIIT: korte loopdrills + sprong/landing + richtingverandering (neuromusculair).

3) Programmeer progressie, maar wees niet religieus over “regels”

Geen noodzaak voor een dogma als “10% per week”. Het bewijs is beperkt (Damsted et al., link hierboven). Wat wél helpt: voorkom pieken, bouw terug na ziekte/vakantie, en monitor herstel.

4) Peesklachten? Dan is “rust” zelden het hele antwoord

Peesproblemen zijn vaak load-problemen. Oefenen en doseren is meestal de kern (Silbernagel et al., link hierboven).

Intern: Peesblessures: oorzaak, behandeling en herstel.

5) Recovery is onderdeel van je trainingsplan

Slaap, stress en voeding bepalen hoeveel progressie je lijf kan verwerken. Als je structureel “net genoeg” slaapt, wordt zelfs een normaal schema op termijn te veel.

Intern: Beter slapen: hoe beter slapen helpt bij fitness en herstel.

6) Behandel pijn als data, niet als paniek

Bij veel klachten is het niet “schade of geen schade”, maar “belasting te hoog voor huidige capaciteit”. Zeker bij langdurige rugklachten speelt dit mee; zelfmanagement en geruststelling worden daarbij vaak als basis genoemd (JAMA-link hierboven).

7) Wacht niet tot je “stuk” bent

Een moderne fysio-aanpak werkt juist goed als je er vroeg bij bent: screening, plan, opbouw, en terugvalpreventie.

Hoe Fysio Moov in dit plaatje past

Een praktijk die dit 2026-denken expliciet uitdraagt is Fysio Moov.

Wat daar opvalt (op basis van hun eigen omschrijving):

  • Ze starten met een grondige blessurecheck en bouwen van daaruit een persoonlijk traject.
  • Ze benoemen dat ze niet alleen fysiek kijken, maar ook naar psychosociale factoren rond blessures.
  • Hun screening meet o.a. kracht, mobiliteit en flexibiliteit om tot een gepersonaliseerd plan te komen.
  • Ze positioneren het als meer dan “pijn weg”: herstel, welzijn én preventie van toekomstige blessures.

Op hun “Over Moov”-pagina staat: “Waar fysiotherapie stopt, begint performance!” Dat is precies de verschuiving waar sporters behoefte aan hebben: niet alleen terug naar “geen pijn”, maar terug naar trainen met vertrouwen. Bekijk: Over Moov.

Wanneer je wél moet opschalen (en niet zelf blijven rommelen)

Laat je professioneel checken bij:

  • acuut trauma + duidelijke zwelling/instabiliteit
  • uitstraling met krachtsverlies/gevoelsverlies
  • koorts/ziek voelen met heftige pijn
  • pijn die progressief erger wordt ondanks aanpassen
  • nachtelijke pijn die je wakker houdt (zonder duidelijke verklaring)

Verder lezen op FITsociety

Bronnen en verdieping

Let op: dit artikel is informatief en geen persoonlijk medisch advies. Bij ernstige of aanhoudende klachten: laat je beoordelen door een professional.

girl-2

Ben je op zoek naar een Coach of Personal Trainer?

  • Gratis matchingservice
  • Afgestemd op Jouw Unieke Behoeften
  • Expert coaches beschikbaar
Zoek voor mij een Coach
girl

Personal Trainer? Bekijk de Alles-in-één trainings- en voedingssoftware!

Alles wat je nodig hebt om je personal training nog persoonlijker te maken en je business te automatiseren.
Plan een demo in en ontdek alle mogelijkheden van FITsociety voor jouw bedrijf.

Demo inplannen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer artikelen