6 Spieren die niet iedereen heeft

De evolutie is nooit klaar, we zijn een werk in uitvoering. Sommige spieren lijken overblijfsels uit oudere tijden. Ze lijken geen noemenswaardige functie meer te hebben. Belangrijker nog; niet iedereen heeft ze. 

Rudimentaire organen en ‘nutteloze’ spieren

(foto: Kenneth Fotografie, model: Simona Enica)

Hoewel het misschien niet de tijd is om de verschillen tussen mensen te benadrukken, wilde ik vandaag toch wat schrijven over de zogenaamde ‘rudimentaire’ spieren.

Rudimentaire organen zijn organen die een verminderde of niet bestaande werking hebben doordat ze door de evolutie zijn ingehaald. Dit effect kan bijvoorbeeld vergeleken worden met de werking van zulke organen in evolutionaire voorouders of verwante zoogdieren. Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk het wormvormige aanhangsel dat bij een blindedarmontsteking verwijderd wordt. Sommige van die rudimentaire organen zijn spieren.

Nu moet je eigenlijk oppassen met het benoemen van organen als zijnde rudimentair. Rudimentair kan namelijk betekenen dat een orgaan geen functie meer dient, maar ook dat wij die functie nog niet kennen. Van vele, als nutteloos beschouwde, organen is inmiddels een functie bekend.

Het feit echter dat sommige spieren in redelijk veel mensen geheel ontbreken, steunt de gedachte dat ze overbodig zijn geworden door het veranderen van de tijd en onze omgeving.

1.Plantaris

De plantaris is een mooi voorbeeld.

Deze spier in de kuiten heeft een aanhechting die doorloopt in de achillespees. Deze aanhechting is de langste in het lichaam (30cm tot 45 cm), als je tenminste een plantaris en bijbehorende aanhechting hebt. Deze komt namelijk in 8 tot 12 procent van de bevolking niet voor.

Qua kracht voegt de plantaris weinig toe aan de andere kuitspieren, de soleus en gastrocnemius. Heel gek is dat niet want de massa van de plantaris is slechts 3% van die van de gastrocnemius [8]. De plantaris wordt zelfs de ‘freshman’s nerve’ genoemd, omdat medisch studenten de dunne spier vaak aanzien voor een zenuw.

Je kunt je dan ook voorstellen dat evolutionaire wetenschappers de plantaris al snel als rudimentair zagen. Helemaal omdat ze kunnen verwijzen naar dieren waarin de plantaris net zo groot is als de gastrocnemius (de Amerikaanse bruine beer). Andere wijzen op aapachtigen waarbij de pees van de plantaris niet in de achillespees eindigt, maar verder onder de voet aan de bindweefsel-laag op de voetzool. Sommige denken dan ook dat deze er in onze voorouders voor zorgde dat we dingen met onze tenen konden oppakken. Toen gingen we echter steeds rechter op lopen en minder onze voeten gebruiken om zaken vast te pakken, waarmee de functie langzaam maar zeker verviel of veranderde.

De plantaris spier lijkt echter een belangrijkere rol te spelen in het doorgeven van informatie over de stand van de voet ten opzichte van het onderbeen [7]. Ook dit lijkt echter niet essentieel gezien de aanhechting van de plantaris, net als de nummer twee op deze lijst, regelmatig operatief wordt verwijderd om elders in het lichaam beter benut te worden.

2.Palmaris longus

Een dunne spier in de onderarm waarvan de aanhechting zichtbaar kan zijn aan de onderkant van de pols. Ongeveer 16% van de mensen heeft deze spier en aanhechting niet[1]. Vanwege de kleine invloed op knijpkracht wordt de aanhechting/pees van deze spier wel eens verwijderd wanneer deze elders in het lichaam goed gebruikt kan worden.

Om te zien of je de palmaris longus hebt: Hou je arm voor je met de palm van de hand naar boven. ‘Sluit’ de hand door de duim en pink bij elkaar te brengen. Als je de palmaris longus hebt, zou je deze moeten omhoog moeten zien komen in de pols.

3.Occipitalis Minor

Deze platte spieren aan de onderkant van de schedel maken het mogelijk om de hoofdhuid een beetje te bewegen ten opzichte van de schedel[2]. Denk hierbij aan het naar achteren trekken van de oren.

Probeer eens een situatie te bedenken waarin je je leven kon redden met deze beweging of wanneer dit indruk maakte tijdens het daten. Waarschijnlijk nooit. Om te overleven of voor te planten voegt het dus niets toe. Ooit echter, in onze evolutionaire voorouders, was het handig als je je oren een beetje kon afstemmen op het geluid van sluipende roofdieren die je van achteren willen bespringen. Nu komen de meeste roofdieren van voren, uit een monitor of scherm van een mobiele telefoon. Daarmee is evolutionair gezien dan ook het nut van deze spier verdwenen.

De spier is via een bindvlies (aponeurose) dat over de schedel loopt, verbonden met spieren op de voorhoofd die onder ander de wenkbrauwen doen optrekken. Wanneer je je oren naar achteren trekt, heb je dan ook al snel de neiging hierbij een verbaasde blik te hebben.

Daarom beschikken diverse volken niet meer over deze spieren. In Europe mist ongeveer een derde van de mensen deze spieren en in Japan ongeveer de helft. 

4.Pyramidalis

Een spier in de vorm van een driehoek in de buik waarvan de meeste mensen er twee hebben, terwijl 20% van de mensen deze spieren niet heeft[3]. De spier bevindt zich onder in de buik bij de schaamstreek. De functie is het spannen van de linea alba, die mooie lijn in het midden van de buik die de linker abs van de rechter abs onderscheidt. Niet dat dit echt iets toevoegt aan de werking van de linea alba die gevormd wordt uit bindweefsel dat de buikspieren bijeenhoudt.

Omdat de pyramidalis dus eigenlijk maar weinig doet, kan je ook niet testen of je deze hebt. Dat kan alleen MRI uitwijzen. Nadat je bijvoorbeeld als skater tijdens het grinden besloot de reling te high fiven met je ballen en zo op de spoedeisende hulp eindigt.

5.Sternalis

De meest bijzondere variatie/mutatie vind ik persoonlijk de sternalis. De sternalis kan van alle ‘vrij nutteloze’ spieren die niet iedereen heeft, toch nog een aardige invloed hebben als je bijvoorbeeld bodybuilder bent.

De sternalis loopt de pectoralis, over de borstspieren dus. Waar de borstspieren echter van binnen naar buiten lopen, loopt de sternalis van beneden naar boven als een verlenging van de buikspieren die doorlopen over de borstspier. In de tekening hieronder zie je de sternalis, hoewel het door de verschillende lagen van de tekening misschien een beetje onduidelijk is. De spier komt voor in diverse vormen variërend van een enkele spierbuik eindigend in een enkele kop tot meerdere spierbuiken uitlopend in meerdere spierkoppen [5].

De stenalis als uitloper van de abdominalis rectus

Je kunt je waarschijnlijk echter wel voorstellen dat deze extra spier aan de binnenkant van de borst het uiterlijk kan veranderen. Door de locatie van de sternalis kan de separatie tussen beide kanten van de borstspieren er heel anders uit komen te zien. Hierdoor kan de binnenkant borst er veel getrainder uitzien dan normaal doordat dit gedeelte verder vanuit het borstbeen uitsteekt naar voren. Er zit immers een extra spier voor. Hoewel het er als ‘beter ontwikkeld’ uit kan zien, ziet het er ook wel een beetje freaky uit.

Het is maar de vraag in hoeverre je de spier kunt trainen gezien de functie onduidelijk is [6]. Wel leuk als je weer eens een discussie hebt over al dan niet kunnen trainen van de binnenkant borst en nog wat meer verwarring wilt scheppen.

De sternalis komt voor in bijna 8% van de wereldbevolking en is daarmee ‘de meest exclusieve’ spier in dit rijtje [4].

6.Psoas Minor

De laatste in het rijtje is zeker niet de minste gezien deze spier de aanleiding vormde voor dit artikel. Vanochtend schreef ik een artikel over lage rugpijn bij hardlopen. Nieuw onderzoek wees zwakke diep liggende core spieren aan als oorzaak.

Een van de genoemde diep liggende core spieren was de psoas major. De psoas major loopt van de onderste wervels van de wervelkolom naar beneden en opzij naar het bekken. Sommige mensen hebben aan de voorkant van de psoas major ook nog een psoas minor. De psoas major speelt een rol bij flexie van de heup terwijl de psoas minor een rol speelt bij flexie van de onderkant van de wervelkolom. De invloed van de psoas minor is echter zeer klein.

De psoas minor is ook behoorlijk exclusief, de spier komt namelijk voor in slechts 27% van de bevolking [9].

Referenties:

  1. Thompson, N. W., B. J. Mockford, and G. W. Cran. “Absence of the Palmaris Longus Muscle: A Population Study.” The Ulster Medical Journal 70.1 (2001): 22–24. Print.
  2.  Drake, Richard L.; Vogl, A. Wayne; Mitchell, Adam W. M. (2010). Gray´s Anatomy for Students (2nd ed.). p. 857. ISBN 978-0-443-06952-9.
  3. Encyclopedia Britannica. Retrieved 2017-11-09.
  4. Snosek, Michael; Tubbs, R. Shane; Loukas, Marios (2014-09-01). “Sternalis muscle, what every anatomist and clinician should know”. Clinical Anatomy. 27 (6): 866–884. doi:10.1002/ca.22361. ISSN 1098-2353.
  5. Ge, Zufeng; Tong, Yunlong; Zhu, Shiqiang; Fang, Xiong; Zhuo, Lang; Gong, Xiangyang (2014-04-01). “Prevalence and variance of the sternalis muscle: a study in the Chinese population using multi-detector CT”. Surgical and radiologic anatomy: SRA36 (3): 219–224.
  6. Raikos, Athanasios; Paraskevas, George K.; Yusuf, Faisal; Kordali, Panagiota; Ioannidis, Orestis; Brand-Saberi, Beate (2011-12-01). “Sternalis muscle: a new crossed subtype, classification, and surgical applications”. Annals of Plastic Surgery67 (6): 646–648.
  7. Moore, Keith L; & Dalley Arthur R (2008). Clinically Oriented Anatomy (6th ed.). Lippincott Williams and Wilkins.
  8. Voss, H., Tabelle der absoluten und relativen Muskelspindelzahlen der menschlichen Skelettmuskulatur, Anat. Anz. 129:562–572, 1971.
  9. Mcg Farias (1 Jan. 2012). Morphological and morphometric analysis of Psoas Minor Muscle in cadavers.

Over Kenneth Nwosu

Kenneth Nwosu is hoofdredacteur van FITsociety en schrijft uitvoerig over alles met betrekking tot fitness, krachttraining, afvallen, voeding en voedingssupplementen. Als fitness fotograaf heeft hij honderden fitness fanaten in hun beste shape vastgelegd.

Plaats een reactie